Document vVexavZO9QXX5nK04Vg756v06
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
> Retouradres Postbus 20904 2500 EX Den Haag
Dhr. E. Woutersen
Uitsluitend per e-mail:
@platform-investico.nl
Datum Betreft
21 oktober 2024 Woo-besluit inzake PFAS-restrictie, kenmerk 2024-51
Directoraat-Generaal Ruimte en Water DG Milieu en Internationaal / Dir Omgevingsveiligheid 8t Milieurisico's
Rijnstraat 8 Den Haag Postbus 20904 2500 EX Den Haag www.rijksoverheid.nl
Contactpersoon Afdeling Woo-verzoeken artikel 4.1 Bestuurskern IenW
woo-verzoekenr*ninienw.nl
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/261973
Geachte heer Woutersen,
U heeft bij mijn ministerie een verzoek ingediend als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet open overheid (hierna: Woo).
Bij e-mail van 29 mei 2024 heeft u gevraagd om het openbaar maken van documenten met betrekking tot alle communicatie over een mogelijk Europees verbod of andere vorm van aangescherpte regulering met betrekking tot PFAS.
U heeft specifiek verzocht om documenten met betrekking tot communicatie in brede zin tussen het ministerie en externe partijen over het op 7 februari 2023 gepubliceerde voorstel voor Europese restrictie op alle soorten PFAS.
Procesverloop De ontvangst van uw verzoek is schriftelijk bevestigd bij e-mail van 29 mei 2024. Bij e-mail van 30 mei 2024 bent u uitgenodigd door een medewerker van mijn ministerie voor een gesprek. U heeft hierop gereageerd op 30 mei 2024 en 31 mei 2024.
Op 11 juni 2024 heeft u het verzoek in een digitaal overleg besproken met medewerkers van mijn ministerie. Zij hebben de rol van het ministerie in dit dossier toegelicht. U heeft uw verzoek nader kunnen toelichten en aangegeven waar uw informatiebehoefte ligt.
Er is afgesproken u gedurende de behandeling op de hoogte te houden over de stand van zaken van de behandeling van uw verzoek.
Bij e-mail van 19 juni 2024 is de beslissing op uw Woo-verzoek verdaagd met twee weken.
Bij e-mail van 9 juli 2024 heeft u gevraagd om de stand van zaken. Een medewerker van mijn ministerie heeft u bij e-mail van 12 juli 2024 de stand van zaken toegelicht.
Pagina 1 van 10
U bent bij e-mail van 16 augustus 2024 genformeerd dat derde-belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld om te reageren op mijn voornemen tot openbaarmaking van informatie ("zienswijzeprocedure").
Bij e-mail van 23 september 2024 heeft u gevraagd om de stand van zaken. Bij email van 8 oktober 2024 is aan u de stand van zaken doorgegeven.
Wettelijk kader Ik behandel uw verzoek als een verzoek op grond van de Wet open overheid. De relevante artikelen uit de Woo kunt u vinden in de bijlage 1 bij dit besluit.
Directoraat-Generaal Ruimte en Water DG Milieu en Internationaal / Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's
Datum 21 oktober 2024
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/261973
Inventarisatie documenten Op basis van uw verzoek zijn in totaal 30 documenten aangetroffen. Deze zijn opgenomen op de inventarislijst, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Reeds openbare documenten De Woo is niet van toepassing op documenten die reeds openbaar zijn. Deze documenten zijn als zodanig opgenomen op de inventarislijst met vermelding van de vindplaats.
Buiten reikwijdte verzoek Een aantal documenten bevat passages die over andere onderwerpen gaan dan het onderwerp van uw verzoek. Deze passages vallen inhoudelijk buiten de reikwijdte van uw verzoek. Om die reden heb ik de desbetreffende passages onleesbaar gemaakt onder vermelding van `buiten verzoek'. Dit is ook op de inventarislijst weergegeven.
Terugkerende e-mailberichten In voorkomend geval komen e-mailberichten in afzonderlijke documenten herhaaldelijk terug. Deze e-mailberichten worden in beginsel n keer beoordeeld. Voor zover deze in volgende documenten opnieuw voorkomen, zijn deze e-mailberichten onleesbaar gemaakt met verwijzing naar het nummer van het reeds beoordeelde document.
Zienswijzen Op 16 augustus 2024, 19 augustus 2024, 20 augustus 2024, 22 augustus 2024, 28 augustus 2024 en 2 oktober 2024 zijn derde-belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze te geven op de voorgenomen openbaarmaking. Een aantal belanghebbenden heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt en aangegeven geen bedenkingen te hebben tegen de voorgestelde openbaarmaking. Een aantal belanghebbenden heeft aangegeven bedenkingen te hebben tegen de openbaarmaking van passages waarin persoonsgegevens staan. En belanghebbende heeft aangegeven dat bepaalde (onderdelen) van documenten (deels) niet openbaar gemaakt moeten worden omdat deze buiten de reikwijdte van het verzoek zouden vallen. En belanghebbende heeft aangegeven dat een document niet openbaar gemaakt moet worden vanwege onevenredige benadeling en/of bedrijfseconomische risico's. Alle zienswijzen heb ik in mijn belangenafweging meegenomen.
Besluit Ik heb besloten uw verzoek te honoreren en daarbij een aantal documenten (deels) openbaar te maken. Voor de motivering verwijs ik u naar het onderdeel `Overwegingen' in dit besluit. De inventarislijst maakt integraal onderdeel uit van
Pagina 2 van 10
dit besluit. Voor de toegepaste uitzonderingsgronden per document verwijs ik u naar de inventarislijst.
Overwegingen Openbaar voor een ieder De Woo gaat uit van een recht op openbaarheid van publieke informatie (art. 1.1 Woo). Eenieder kan een verzoek tot openbaarmaking van publieke informatie doen bij een bestuursorgaan zonder daarbij een belang te stellen (artikel 4.1 Woo). De aan een verzoeker verstrekte informatie wordt openbaar voor eenieder. De Woo is niet van toepassing op informatie die al openbaar is.
Directoraat-Generaal Ruimte en Water DG Milieu en Internationaal / Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's
Datum 21 oktober 2024
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/261973
Openbaarheid is het uitgangspunt bij de beoordeling van een informatieverzoek, tenzij er uitzonderingsgronden zijn die aan openbaarmaking in de weg staan. De uitzonderingsgronden staan in hoofdstuk 5 van de Woo.
Het belang van de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale organisaties (Artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, Woo) Ik maak geen informatie openbaar als dit de relatie van Nederland met andere landen, staten of internationale organisaties schaadt en dit belang zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, Woo). Het betreft hier document met id-nummer 760587. In het internationale contact is openbaarheid en transparantie steeds gebruikelijker en belangrijker voor het goed functioneren van de democratische rechtsorde. In dit geval kan echter worden aangenomen dat in de toekomst het overleg met de Europese Commissie moeilijker gaat verlopen wanneer ik deze informatie openbaar maak. Ik heb deze informatie daarom onleesbaar gemaakt onder vermelding van: 5.1.2.a.
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo) Ik maak geen informatie openbaar als dit de persoonlijke levenssfeer schaadt en dit belang zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo). Het gaat om persoonsgegevens die (indirect) te herleiden zijn tot een persoon zoals namen, e-mailadressen, telefoonnummers en functienamen. In bepaalde documenten is daarvan sprake. Ik vind het in dit geval belangrijk dat de identiteit van betrokkene niet bekend wordt omdat dit zijn of haar persoonlijke levenssfeer kan schaden.
In diverse documenten staan ook persoonsgegevens van ambtenaren. Het gaat om gegevens die herleidbaar zijn tot een persoon, zoals onder meer namen, emailadressen, functienamen en telefoonnummers. In het kader van goed werkgeverschap vind ik dat het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer zwaarder moet wegen dan het belang van openbaarheid. Hierbij weegt mee dat het hier niet gaat om het opgeven van een naam aan een individuele burger die met een ambtenaar in contact treedt, maar om openbaarmaking van die gegevens op grond van de Woo. Ik heb deze informatie onleesbaar gemaakt onder vermelding van: 5.1.2.e.
Pagina 3 van 10
Het belang van het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen (Artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, Woo) Ik maak geen informatie openbaar wanneer dit het goed functioneren van de Staat of andere overheden schaadt en dit belang zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo). In bepaalde passages in een aantal van de betrokken documenten staat informatie waarvoor geldt dat de openbaarmaking daarvan het functioneren van de Staat of andere overheden in gevaar zou kunnen brengen.
Directoraat-Generaal Ruimte en Water DG Milieu en Internationaal / Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's
Datum 21 oktober 2024
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/261973
Concepten Voor een ordentelijk verloop van het besluitvormingsproces is het belangrijk dat dit gebeurt op basis van voldragen documenten. Wanneer communicatie over conceptteksten of de conceptteksten zelf openbaar worden gemaakt kan dit schadelijk zijn voor het goed functioneren van de Staat nu er een publiek debat kan ontstaan over documenten die nog niet rijp zijn voor besluitvorming. Daar is ook hier sprake van. Deze documenten maak ik niet openbaar met een beroep op het belang van het goed functioneren van de Staat. Op dezelfde informatie is ook het bepaalde in artikel 5.2, eerste lid, van de Woo van toepassing. Ik acht het ook niet in het belang van het goed functioneren van de Staat dat van eenzelfde document meerdere versies in het publieke domein in omloop zijn, met als gevolg dat onduidelijkheid ontstaat over de inhoud van het betreffende document. Het betreft in dit geval een conceptverslag van de klankbordgroep.
Gelet op het voorgaande maak ik de desbetreffende concepten in het geheel niet openbaar op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo.
Deze uitzonderingsgrond staat niet in de weg aan openbaarmaking van het definitieve document. Dat kan immers behulpzaam zijn bij de reconstructie van de besluitvorming en geeft weer welke adviezen, welke informatie en welke beleidsalternatieven daaraan ten grondslag hebben gelegen. Het definitieve document en eventuele overwegingen die daarbij ter besluitvorming zijn voorgelegd, maak ik daarom wel (gedeeltelijk) openbaar.
Verstrekking persoonlijke beleidsopvattingen in een document voor intern beraad (artikel 5.2 Woo) Intern beraad is het overleg binnen een bestuursorgaan of binnen een kring van bestuursorganen die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een bestuurlijke aangelegenheid. Documenten voor intern beraad, zoals bijvoorbeeld concepten, kunnen persoonlijke beleidsopvattingen bevatten, zoals ambtelijke adviezen, meningen, visies, standpunten en overwegingen. Feiten, prognoses, beleidsalternatieven en de gevolgen daarvan, zijn geen persoonlijke beleidsopvattingen.
Ik maak persoonlijke beleidsopvattingen, in documenten opgesteld voor intern beraad, over een actueel maatschappelijk onderwerp dat deel uitmaakt van het publieke debat, in beginsel (geanonimiseerd) openbaar in het belang van een goede en democratische bestuursvoering (artikel 5.2, tweede lid Woo) en om een evenwichtig beeld te geven van de bij de besluitvorming betrokken belangen. In voorkomend geval kan de openbaarmaking van persoonlijke beleidsopvattingen het goed functioneren van de Staat echter schaden. Dit kan voor mij aanleiding zijn die persoonlijke beleidsopvattingen niet openbaar te maken. Dit heb ik ook
Pagina 4 van 10
toegelicht in de overwegingen bij artikel 5.1 (artikel 5.1, tweede lid, onder i, in samenhang met art. 5.2, eerste lid, Woo).
Wijze van bekendmaking Het besluit wordt u per e-mail toegezonden.
Plaatsing op internet Dit besluit en de openbaar gemaakte documenten worden geanonimiseerd op www.rijksoverheid.nl geplaatst.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben genformeerd. Hoogachtend,
DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT-OPENBAAR VERVOER EN MILIEU, namens deze, DIRECTEUR-GENERAAL MILIEU EN INTERNATIONAAL,
Directoraat-Generaal Ruimte en Water DG Milieu en Internationaal / Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's
Datum 21 oktober 2024
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/261973
Afke van Rijn
Pagina 5 van 10
Directoraat-Generaal Ruimte en Water DG Milieu en Internationaal / Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's Datum 21 oktober 2024 Ons kenmerk IENW/BSK-2024/261973
Pagina 6 van 10
Bezwaarclausule Voor nadere informatie over dit besluit kunt u terecht bij de hierboven genoemde contactpersoon. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat-Openbaar Vervoer en Milieu, ter attentie van Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, afdeling Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken, postbus 20901, 2500 EX Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten: a. naam en adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en nummer of kenmerk); d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen; e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt. Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift.
Directoraat-Generaal Ruimte en Water DG Milieu en Internationaal / Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's
Datum 21 oktober 2024
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/261973
Een bezwaarschrift kan uitsluitend per gewone post en niet per e-mail worden ingediend. Machtigt u iemand om namens u bezwaar te maken? Stuur dan ook een kopie van de machtiging mee. Bij indiening van een bezwaarschrift namens een rechtspersoon, dient u documenten mee te sturen (origineel uittreksel uit het handelsregister en/of een kopie van de statuten van de rechtspersoon) waaruit blijkt dat u bevoegd bent namens de rechtspersoon op te treden.
Pagina 7 van 10
Bijlage 1 - Relevante artikelen uit de Woo
Artikel 1.1 Eenieder heeft recht op toegang tot publieke informatie zonder daartoe een belang te hoeven stellen, behoudens bij deze wet gestelde beperkingen.
Artikel 2.5 Bij de toepassing van deze wet wordt uitgegaan van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving.
Directoraat-Generaal Ruimte en Water DG Milieu en Internationaal / Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's
Datum 21 oktober 2024
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/261973
Artikel 4.1 1. Eenieder kan een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. In het laatste geval beslist het verantwoordelijke bestuursorgaan op het verzoek. 2. Een verzoek kan mondeling of schriftelijk worden ingediend en kan elektronisch worden verzonden op de door het bestuursorgaan aangegeven wijze. 3. De verzoeker behoeft bij zijn verzoek geen belang te stellen. 4. De verzoeker vermeldt bij zijn verzoek de aangelegenheid of het daarop betrekking hebbende document, waarover hij informatie wenst te ontvangen. 5. Indien een verzoek te algemeen geformuleerd is, verzoekt het bestuursorgaan binnen twee weken na ontvangst van het verzoek de verzoeker om het verzoek te preciseren en is het de verzoeker daarbij behulpzaam. 6. Het bestuursorgaan kan besluiten een verzoek niet te behandelen, indien de verzoeker niet meewerkt aan een verzoek tot precisering als bedoeld het vijfde lid. In afwijking van artikel 4:5, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het besluit om het verzoek niet te behandelen aan de verzoeker bekendgemaakt binnen twee weken nadat het verzoek is gepreciseerd of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. 7. Een verzoek om informatie wordt ingewilligd met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 5.
Artikel 5.1 1. Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen; b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden; c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; e. nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven als bedoeld in artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de levenssfeer maakt. 2. Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: a. de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale
Pagina 8 van 10
organisaties; b. de economische of financile belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter; c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; d. de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; f. de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens; g. de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft; h. de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage; i. het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. 3. Indien een verzoek tot openbaarmaking op een van de in het tweede lid genoemde gronden wordt afgewezen, bevat het besluit hiervoor een uitdrukkelijke motivering. 4. Openbaarmaking kan tijdelijk achterwege blijven, indien het belang van de geadresseerde van de informatie om als eerste kennis te nemen van de informatie dit kennelijk vereist. Het bestuursorgaan doet mededeling aan de verzoeker van de termijn waarbinnen de openbaarmaking alsnog zal geschieden. 5. In uitzonderlijke gevallen kan openbaarmaking van andere informatie dan milieu-informatie voorts achterwege blijven indien openbaarmaking onevenredige benadeling toebrengt aan een ander belang dan genoemd in het eerste of tweede lid en het algemeen belang van openbaarheid niet tegen deze benadeling opweegt. Het bestuursorgaan baseert een beslissing tot achterwege laten van de openbaarmaking van enige informatie op deze grond ten aanzien van dezelfde informatie niet tevens op een van de in het eerste of tweede lid genoemde gronden. 6. Het openbaar maken van informatie blijft in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, in geval van milieu-informatie eveneens achterwege voor zover daardoor het in het eerste lid, onderdeel c, genoemde belang ernstig geschaad wordt en het algemeen belang van openbaarheid van informatie niet opweegt tegen deze schade. 7. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu.
Directoraat-Generaal Ruimte en Water DG Milieu en Internationaal / Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's
Datum 21 oktober 2024
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/261973
Artikel 5.2 1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Onder persoonlijke beleidsopvattingen worden verstaan ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen met een overwegend objectief karakter. 2. Het bestuursorgaan kan over persoonlijke beleidsopvattingen met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie verstrekken in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt. 3. Onverminderd het eerste en tweede lid wordt uit documenten opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming door een minister, een commissaris van de Koning,
Pagina 9 van 10
Gedeputeerde Staten, een gedeputeerde, het college van burgemeester en wethouders, een burgemeester en een wethouder, informatie verstrekt over persoonlijke beleidsopvattingen in niet tot personen herleidbare vorm, tenzij het kunnen voeren van intern beraad onevenredig wordt geschaad. 4. In afwijking van het eerste lid wordt bij milieu-informatie het belang van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Informatie over persoonlijke beleidsopvattingen kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.
Directoraat-Generaal Ruimte en Water DG Milieu en Internationaal / Dir Omgevingsveiligheid & Milieurisico's
Datum 21 oktober 2024
Ons kenmerk IENW/BSK-2024/261973
Pagina 10 van 10