Document RpK3BOX0oNgaYzbdegJE1mreX
CCIM- Verlenging van het Mandaat en wijziging van titel van de Werkgroep `Korte-Keten PFAS'
I.
Context
In 2019 is er een mandaat uitgereikt voor een werkgroep rond korte keten PFAS als een subgroep van de CCIM (meer specifiek een mandaat van zowel de ICL als de CCIM). Binnen dit mandaat werd er een rapport opgesteld dewelke een overzicht geeft van de huidige situatie inzake korte-keten PFAS (i.e. een subgroep van PFAS) in Belgi. Voor meer informatie in verband met het oorspronkelijke mandaat van deze werkgroep kan u onderstaande document raadplegen:
Mandat CCPIE Groupe de travail PFAS_20190220.doc
Naar aanleiding van de huidige ontwikkelingen rond PFAS in Belgi wordt er voorgesteld om (1) het mandaat van deze werkgroep te verlengen voor onbepaalde duur, (2) wordt er voorgesteld om de titel van het huidige rapport en de werkgroep te veranderen van "Korte-Keten PFAS" naar "PFAS" en (3) wordt het mandaat verleend uit de CCIM (in plaats van de CCIM en ICL). Deze wijziging worden voorgesteld om te verzekeren dat de informatie die op dit moment verzameld wordt (in kader van de actualiteit rond PFAS ) kan gentegreerd worden in diens werkzaamheden en het bestaande PFAS-rapport kan worden uitgebreid.
De 2 aspecten van het huidige rapport (i.e. (1) stand van zaken en (2) perspectieven) worden verder uitgewerkt en aangevuld met nieuwe informatie.
Ook ontwikkelingen op het internationale en Europese niveau dienen binnen dit mandaat aan bod te komen om te kunnen leren uit evt. standpunten en `best practices' in andere landen en organisaties, en ook vanuit ons land te kunnen ingaan op vragen uit andere lidstaten/instanties. Verder dient binnen de Werkgroep aan bod te komen hoe ons land kan wegen op de besluitvorming, en onze standpunten inzake PFAS op Europees en Internationaal vlak daar zo goed mogelijk aan bod kan laten komen. Het aanbrengen van input voor het BE standpunt dient daarbij ook mogelijk te zijn vanuit de werkgroep.
Dit mandaat is opgesteld in lijn met de GICLG beslissing van 08/07/21, de CCIM werkgroep staat open voor alle betrokken experten en de werkgroep zal de GICLG op de hoogte houden van haar activiteiten. De werkgroep zal info verzamelen over de nationale situatie omtrent PFAS, en als hieruit blijkt dat er nationale acties vereist zijn rond deze stoffen zal de werkgroep daartoe een voorstel van beslissing overmaken aan de GICLG.
II. Mandaat van de werkgroep
1) Aanpakken van het PFAS probleem door een kennisbank op te bouwen zodat: Belgi genformeerd kan deelnemen aan internationale en Europese onderhandelingen over dit onderwerp. Ervaringen en projecten kunnen uitgewisseld worden tussen de verschillende overheidsinstanties.
2) Als voornaamste taak zal de groep een rapport over PFAS opstellen dat een vervolg zal geven aan het rapport van de vorige PFAS-groep in de vorm van een "levend document" dat transversaal zal zijn, zowel wetenschappelijk, technisch als voor de betrokken regelgevende gebieden, rekening houdende met de onzekerheden en afwijkende (minderheid) meningen. Het rapport zal uit twee delen bestaan :
Stand van zaken beoordeling van beschikbare of momenteel herziene gegevens over gevaren, mogelijke/erkende/voorspelde blootstellingen, kwantificeerbare of verwachte niet kwantificeerbare risico's, verwachte, mogelijke, waarschijnlijke ontwikkelingen, evenwicht tussen onzekerheden, dubbelzinnigheden en onwetendheid.
Perspectieven toekomstige blootstellingen, gevaar, risico, onzekerheden, met kosten en gevolgen van actie/geen actie in de brede zin; geplande regelgevende, beleids-, onderzoeks- of communicatieacties.
De groep zal bij uitvoering van haar werk de beschikbare informatie verzamelen en kan suggesties doen voor het verzamelen van aanvullende gegevens die in haar rapporten moeten worden opgenomen, gerechtvaardigd door de zorgwekkende eigenschappen van PFAS.
3) De groep wordt genformeerd door de andere groepen waarin de PFAS in overweging worden of moeten worden genomen, waarbij de cordinatie van de eindposities in elk van deze groepen wordt overgelaten. Het maakt echter deel uit van het mandaat van de CCIM PFAS-groep om de behoefte aan de cordinatie over specifieke onderwerpen te identificeren en de bestaande groepen voor te stellen waar dergelijke cordinatie zou moeten plaatsvinden (bijvoorbeeld de CCIM - Stuurgroep Chemische Stoffen, GICLG-cel, BCR, enz.). Die gedentificeerde groepen zullen informatie ontvangen via het PFAS-rapport.
4) Verder kan er ter opvolging van dit mandaat driejaarlijks een vergadering georganiseerd worden om een nieuwe versie van het rapport te evalueren en goed te keuren. Tijdens deze vergaderingen kan er ook PFAS gerelateerde informatie uitgewisseld worden en, indien nodig kunnen cordinatie noden gedentificeerd worden. Het rapport zal ook jaarlijks gedeeld worden met de GICLG-cel ter info en evaluatie. In opvolging hiervan kan aan de GICLG een voorstel van beslissing worden overgemaakt met vermelding van evt. mogelijke acties.
Het mandaat van deze groep gaat van start op de dag van goedkeuring door de CCIM.
III. Statuut
De werkgroep is een subwerkgroep van de GDPC/ SGCP, rapporteert eraan en geeft en ontvangt informatie van andere CCIM-groepen die zijn gedentificeerd als mogelijk betrokken bij de kwestie van PFAS vanwege hun gebruik, aanwezigheid, emissies, monitoringgegevens of gevaar of risico. De groep zal duidelijk aangeven of er punten voor discussie en besluitvorming nodig zijn. De leden van de werkgroep zijn afkomstig van de overheid. Deskundigen en actoren in het veld zullen bij het werk van de groep worden betrokken op basis van hun mogelijke bijdrage aan technische en wetenschappelijke discussies. De groep zal worden voorgezeten door een lid van de administraties, met inachtneming van de academische onafhankelijkheid en de specifieke rol van de administraties in deze.
IV. Compositie en associatie van de experten
Afgevaardigden van alle niveaus en beleidsdomeinen met expertise ter zake kunnen lid worden van deze expertengroep.
1) Piloot: voor de administratie: 2) Leden: "Publieke" experten (Administraties en Wetenschappelijke Instellingen) 3) Geassocieerde leden: Academische experten (universiteiten, Wetenschappelijke
Instituten)