Document M8ddon3GJJmxGxnBQDpLQyJa

DownloadRandom document
Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Richtsnoeren voor het opzetten van een monitoring in het kader van autocontrole door operatoren in de primaire dierlijke productie in PFAS-risicozones Inleiding en algemene principes Het FAVV raadt in alle omstandigheden af om water of voeder dat gecontamineerd is te gebruiken voor het drenken en voederen van dieren. Dit kan bezwaarlijk een goede praktijk genoemd worden. De kans bestaat dat een deel van de contaminatie zal opgenomen worden door de dieren en uitgescheiden of opgeslagen worden in weefsels. Indien een operator dit toch wenst te gebruiken, is het noodzakelijk om in het kader van zijn autocontrole een monitoring van de eindproducten te voorzien om zich ervan te verzekeren dat die eindproducten conform zijn. Desgevallend kan de operator voor putwater bijkomend een monitoring uitvoeren om eventuele evolutie van de contaminatie te volgen en indien van toepassing de monitoring van de eindproducten aan te passen. Dit principe is ook van toepassing op andere bronnen van contaminatie bij dieren. Milieuaangelegenheden vallen onder de bevoegdheid van de gewesten. Het zijn de gewestelijke autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het aantonen en het afbakenen van een milieuverontreiniging (hotspots). Conform de Europese wetgeving is de operator verantwoordelijk voor de veiligheid van de producten die hij op de markt brengt. Daartoe moet hij aan autocontrole doen. Indien een operator in de primaire dierlijke productie activiteiten uitoefent in een zone waarvan door de gewestelijke autoriteiten (of in opdracht van hen) werd aangetoond dat deze gecontamineerd is met PFAS-verbindingen, of producten/grondstoffen gebruikt die geproduceerd zijn in dergelijke zone, moet hij dit in rekening brengen in zijn autocontrole d.m.v. een monitoring van zijn eindproducten. Dit geldt ook voor gebieden die door de gewestelijke autoriteiten werden afgebakend in afwachting van bijkomend onderzoek. De gebieden met aangetoonde contaminatie en deze die werden afgebakend in afwachting van bijkomend onderzoek, worden verder in de tekst aangeduid als "PFAS-risicozones"1. Hieronder worden richtsnoeren gegeven om een dergelijke monitoring te implementeren. De basisprincipes hierbij zijn dat de operator alle gekende risicofactoren in rekening brengt om de veiligheid van zijn eindproducten blijvend te kunnen garanderen en dat, bij ongewijzigde omstandigheden, de toegepaste monitoring bij aanhoudende conformiteit van die producten desgevallend kan worden afgebouwd in de tijd. Implementatie van een monitoring op PFAS-verbindingen van de eindproducten Frequentie van monsternemingen/analyses onder verantwoordelijkheid van de operator Er wordt aanbevolen dat een operator in de primaire dierlijke productie, die activiteiten uitoefent in een PFAS-risicozone (zie boven), of producten/grondstoffen gebruikt die geproduceerd zijn in een dergelijke 1 Mogelijke informatiebronnen over PFAS-risicozones (niet-exhaustieve lijst): diverse communicatiekanalen of websites van gewestelijke of lokale overheden, pers... Op de specifieke PFAS-website van de Vlaamse overheid is een overzicht te vinden van de onderzoeken naar PFAS-vervuiling per gemeente: https://www.vlaanderen.be/pfas-vervuiling/maatregelen-per-gemeente 1 Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen zone, in het kader van zijn autocontrole zo snel mogelijk na kennisname van deze situatie een eerste analyse laat uitvoeren voor PFAS-verbindingen (zie onder) op de dierlijke producten die hij produceert en dit per producttype en per diersoort, en nadien jaarlijks minstens 1 basisanalyse. Er wordt geadviseerd om bovenop deze jaarlijkse basisanalyse een aanvullende analyse te laten uitvoeren per bijkomend element dat een risicoverhogende invloed heeft op PFAS-besmetting van de dierlijke producten, nl. bij: - dieren met vrije uitloop, - gebruik van drenkwater/water voor de aquacultuur (putwater, oppervlaktewater,...) afkomstig uit een PFAS-risicozone, - gebruik van voeder waarvan de grondstoffen geoogst werden in een PFAS-risicozone. Voorbeeld 1. Een legkippenbedrijf met kippen met vrije uitloop komt te weten dat het gelegen is in een PFASrisicozone. Er wordt aanbevolen zo snel mogelijk na kennisname hiervan een eerste analyse op PFAS te laten uitvoeren op de eieren en nadien jaarlijks minstens 2 analyses. Indien deze legkippen worden geslacht, wordt aanbevolen zo snel mogelijk na kennisname een eerste analyse op PFAS te laten uitvoeren op het vlees en nadien jaarlijks eveneens minstens 2 analyses. Indien dit legkippenbedrijf eveneens kippen op stal heeft, wordt aanbevolen zo snel mogelijk na kennisname dat hij in een PFAS-risicozone gelegen is, een eerste analyse op PFAS te laten uitvoeren op deze eieren en nadien jaarlijks minstens 1 analyse. Indien deze kippen op stal ook worden geslacht, wordt aanbevolen zo snel mogelijk na kennisname een eerste analyse op PFAS te laten uitvoeren op het vlees en nadien jaarlijks eveneens minstens 1 analyse. Voorbeeld 2. Een varkensbedrijf met enkel dieren op stal komt te weten dat het gelegen is in een PFAS-risicozone. De dieren krijgen voeder afkomstig uit een dergelijke zone. Eigen putwater wordt als drenkwater ingezet. Er wordt aanbevolen dat de operator zo snel mogelijk na kennisname dat hij in een PFAS-risicozone gelegen is, een eerste analyse op PFAS laat uitvoeren op het vlees en nadien jaarlijks minstens 3 analyses. Voorbeeld 3. Een aquacultuurbedrijf komt te weten dat het gelegen is in een PFAS-risicozone. Het water dat wordt gebruikt (als medium) is afkomstig uit dergelijke zone. Er wordt aanbevolen dat de operator zo snel mogelijk na kennisname dat hij in een PFAS-risicozone gelegen is, een analyse op PFAS laat uitvoeren op de vis en nadien jaarlijks minstens 2 analyses. Indien een operator wordt aanbevolen meerdere analyses per jaar te laten uitvoeren, is het van belang dat deze evenwichtig gespreid worden in de tijd. Indien een operator, bij bewezen conformiteit van de eindproducten, kan aantonen dat de risicofactoren en de ermee gepaard gaande potentile blootstelling gedurende een bepaalde tijd constant blijven, kan hiermee rekening worden gehouden bij het bepalen van het totaal aantal analyses van de eindproducten die jaarlijks worden voorzien. Indien de contaminatiegraad van de mogelijke bron stabiel blijft en de eindproducten ook conform zijn, kan desgevallend de operator besluiten om deze risicofactor na een bepaalde tijd niet meer in rekening te brengen. 2 Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Indien de resultaten gedurende 3 opeenvolgende jaren conform zijn en de contaminatie in de zone als historisch beschouwd kan worden, kunnen de analyses, in ongewijzigde omstandigheden, stopgezet worden. De gegevens die in het kader van deze autocontrole worden verzameld, moeten minstens 5 jaar worden bijgehouden maar er wordt aangeraden deze langer te bewaren, nl. tot de eerstvolgende FAVVcontrole na het afronden van die periode van 3 jaar waarin alle resultaten van de eindproducten conform waren. Analyse van de eindproducten: welke PFAS-verbindingen? De verordening die normen vastlegt voor PFOS, PFOA, PFNA, PFHxS en de som van deze 4 PFAScongeneren werd gestemd op Europees niveau2. Deze normen zullen van toepassing worden vanaf 1 januari 2023. Tot zolang deze normen niet van toepassing zijn, dus tot en met 31 december 2022, zal het FAVV de actielimieten voor PFOS en PFOA voor eieren, melk, vlees en vis blijven hanteren. Producten die niet voldoen aan deze actielimieten mogen niet op de markt worden gebracht. Deze actielimieten zijn terug te vinden op de website van het FAVV3. Analyses op PFOS en PFOA zijn dus verplicht. Het FAVV raadt wel aan om die eindproducten waarvoor er normen werden vastgelegd reeds te laten analyseren op PFOS, PFOA, PFNA, PFHxS en de som ervan aangezien de resultaten ervan een referentiekader bieden voor de operator t.o.v. de toekomstige normen. Van zodra de normen van toepassing zijn, dus vanaf 1 januari 2023, vervallen de actielimieten voor PFOS en PFOA voor die producten waarvoor er normen werden vastgelegd en gelden vanaf dan dus die normen voor de 4 PFAS-congeneren en de som ervan. Vanaf dat moment zal de analyse voor die producten dan ook moeten uitgevoerd worden op PFOS, PFOA, PFNA, PFHxS en de som van deze 4 PFAS-congeneren; deze analyse zal dan conform moeten zijn om de conformiteit van de eindproducten te kunnen aantonen. Producten die de maximumgehalten overschrijden (zodra n van de vijf normen voor PFAS is overschreden), mogen vanaf dan niet in de handel worden gebracht, noch als zodanig, noch na vermenging met andere levensmiddelen, noch als ingredinten in andere levensmiddelen. De levensmiddelen waarvoor er normen zijn en die vr 1 januari 2023 legaal in de handel zijn gebracht, mogen tot hun datum van minimale houdbaarheid of hun uiterste consumptiedatum in de handel blijven. 2 Cf. website FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu: https://www.health.belgium.be/nl/europesemaximumgehalten-voor-pfas-verontreiniging-levensmiddelen 3 Professionelen > Publicaties > Thematische publicaties > Inventaris acties en actiegrenzen en voorstellen voor harmonisering in het kader van officile controles > Deel 1 - Actiegrenzen voor chemische contaminanten: https://www.favvafsca.be/professionelen/publicaties/thematisch/actiegrenzen/ 3 Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen Aangezien er voor melk momenteel geen Europese (of Belgische) normen zijn voorzien, blijven de actielimieten voor PFOS en PFOA geldig en blijven de analyses op PFOS en PFOA dus verplicht, ook n 1 januari 2023. Overzicht revisies Versie 1.1 2.0 Overzicht van de revisies van de richtsnoeren Van toepassing vanaf Reden en omvang van de revisie 07/03/2022 - Niet van toepassing Datum van publicatie - Stemming van de verordening wat de maximumgehalten aan perfluoralkylstoffen in bepaalde levensmiddelen betreft 4