Document 3g1o7GaeQxRay732zvjZ3XRa

DownloadRandom document
Deelrapport 1 - PFAS 27 april 2022 DEELRAPPORT 1 - PFAS ARCADIS Contactpersoon DORIEN GORTEMAN Projectleider T 0494/71 38 15 M 0494/71 38 15 E @arcadis.com Arcadis Belgium nv Gaston Crommenlaan 8 bus 101 9050 Gent Belgi 2 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 Inhoudsopgave Lijst met afkortingen 6 1 Inleiding 7 2 PFAS: types, historiek en eigenschappen 8 2.1 Wat zijn PFAS? 8 2.1.1 Geperfluoreerde alkylzuren 8 2.1.2 Gepolyfluoreerde alkylverbindingen 8 2.1.2.1 Fluortelomeren 9 2.1.2.2 Fluorpolymeren 9 2.1.3 PFAS-precursors 9 2.2 Gedrag van PFAS in het milieu 10 2.3 Historiek 12 2.3.1 PFOS en PFOA 13 2.3.2 Vervangers PFOS en PFOA 13 3 Toepassingen PFAS 15 3.1 Methode 15 3.2 Productiesites van PFAS 15 3.3 PFAS-verwerkende industrie 15 3.3.1 Productie en verwerking gefluoreerde polymeren en fluorpolymeren 15 3.3.2 Productie brandblusschuim 16 3.3.3 Galvanische industrie 17 3.3.4 Textiel 17 3.3.5 Papier- en verpakkingsindustrie 18 3.3.6 Lak- en verfindustrie 18 3.3.7 Fabricage van cosmetica, reinigingsmiddelen en onderhoudsmiddelen 18 3.3.8 Hydraulische vloeistoffen en smeermiddelen 19 3.4 Gebruik van PFAS-houdende producten 19 3.4.1 Gebruik van brandblusschuim 19 3.4.2 Overige PFAS-houdende producten 20 3 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 3.5 Afvalverwerking 21 3.5.1 Afvalverbrandingsinstallaties 21 3.5.2 Stortplaatsen 21 3.5.3 Waterzuiveringsinstallaties 21 3.5.4 Afvalinzamelaars- en verwerkers, recyclagebedrijven 22 3.5.5 Grondverwerking, - verzet en - stort 22 3.5.6 Container-reinigingsbedrijven- vatenspoelers/cleaning - tankauto's- afvaltransportbedrijven 22 4 Lijst met risico-activiteiten cfr Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar PFAS kan vrijkomen in het milieu 23 4.1 Werkwijze voor het bepalen van de noodzaak tot analyse van PFAS 23 4.2 Inschatting kans op bodemverontreiniging 24 4.3 Samenvattende tabel PFAS-verdachte activiteiten 26 5 Normering PFAS 28 5.1 EU-normering 28 5.1.1 Drinkwaterrichtlijn 28 5.1.2 EFSA (European Food and Safety Authority) 28 5.2 USA - EPA 28 5.3 Normering OVAM (Vlaanderen) 29 5.4 Normering Walloni 29 5.5 Normering RIVM (Nederland) 30 5.5.1 INEV-waarden en normen uit tijdelijk handelingskader 30 5.5.2 Risicogrenzen 30 5.6 Duitsland 32 5.7 ITRC 34 5.8 Voorstel sanerings- en interventienormen 34 5.9 Aanbevelingen lozingsnormen PFAS 34 6 Aanvullende beleidsadviezen 37 6.1 Aanbevelingen bij veldwerk (boringen/grondwater) voor staalname PFAS 37 6.2 Aanbevelingen voor analyse van PFAS 37 7 Referentielijst 39 Bijlage 1: risicoactiviteiten volgens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3/09/2020 tot wijziging van het besluit van de Brusselse 4 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 Hoofdstedelijke Regering van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van risicovolle activiteiten, zoals gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 2015 41 Bijlage 2: andere activiteiten 42 Bijlage 3: overzichtslijst normen PFAS 43 Bijlage 4: overzichtslijst normen ITRC 44 Colofon 45 5 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Lijst met afkortingen ADONA 4,8-dioxa-3H-perfluorononanoaat AFFF AR-AFFF Aqueous film forming foam Alcohol resistente film vormende schuimen AR-FFFP Alcohol resistente film vormende fluor protene schuimen ECF EFSA Elektrochemische fluorering European food safety Authority EU Europese Unie FEP FFF of F3 Geperfluoreerd ethyleen-propyleenhars Fluorvrije schuimen FFFP Film vormende fluor protene schuimen FP FTOH Fluor protene schuimen Fluortelomeeralcohol FTS Fluortelomeersulfonzuur FOSA FOSE Gefluoreerde sulfonamide Gefluoreerde sulfonamido ethanol FTAC Fluortelomeeracrylaat GenX HFA Ammonium 2,3,3,3-tetrafluor-2-(heptafluorpropoxy)-propanoaat Hexafluoraceton MSDS Material safety datasheet PAP PFAA's Perfluorfosforzuren Perfluoralkylzuren PFAS Poly- en perfluoralkyl verbindingen PFC PFCA's Perfluor componenten Perfluorcarbonzuren PFDA Perfluordecaanzuur PFHpA PFHxA Perfluorheptaanzuur Perfluorhexaanzuur PFHxS Perfluorhexaansulfonzuur PFNA PFOA Perfluornonaanzuur Perfluoroctaanzuur PFOS Perfluoroctaansulfonzuur PFPeA PFSA's Perfluorpentaanzuur Perfluorsulfonzuren PTFE Polytetrafluoretheen POP RIVM TDI Persistente organische stof Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu Toelaatbare dagelijkse inname TM US-EPA Telomerisatie United States environmental protection agency 6 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 1 Inleiding De recente aandacht voor PFAS-verontreinigingen in Belgi veroorzaakte ook bezorgdheden omtrent de aanwezigheid van PFAS in de bodem en het grondwater in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. PFAS zijn persistente organische polluenten. Ze vormen mogelijk een risico voor de gezondheid en het leefmilieu, vandaar de noodzaak om hen in rekening te brengen in bodemonderzoeken. Het doel van deze studie is vast te stellen voor welke van de risicoactiviteiten volgens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3/09/2020 tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van risicovolle activiteiten, zoals gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 2015, het aangewezen is om te analyseren in het kader van verkennende bodemonderzoeken. Daarnaast worden andere activiteiten gedentificeerd die niet als risicoactiviteit beschouwd worden (gebruik, opslag van blusmiddelen, enz.) en/of incidenten (branden) die mogelijks emissies van PFAS in de bodem, het grondwater, de sedimenten, enz. veroorzaken. Leeswijzer: Hoofdstuk 2 geeft een beknopte toelichting van de verschillende types PFAS, hun gedrag in het milieu en de historiek van het gebruik van de verschillende PFAS weer. Hoofdstuk 3 licht de voornaamste potentile toepassingen en bronnen van PFAS toe. Hoofdstuk 4 omvat een samenvattende tabel van de verschillende potentile bronnen van PFAS gekoppeld aan het rubrieknummer van de lijst ingedeelde inrichtingen indien van toepassing. Deze tabel omvat ook een kwalitatieve inschatting van de kans op het veroorzaken van bodem- en/of grondwaterverontreiniging In Bijlage 1 is de volledige lijst van de risicoactiviteiten volgens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3/09/2020 tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van risicovolle activiteiten, zoals gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 2015, opgenomen. Hier wordt voor elke activiteit aangegeven of PFAS dienen te worden onderzocht, wat de kans is op verontreiniging, details omtrent het gebruik van PFAS bij deze activiteit, de periode waarin PFAS werden gebruikt, of gekend is welke specifieke PFAS werden gebruikt en zo ja welke, en een inschatting van de grootteorde van de hoeveelheden PFAS die in deze activiteit werden toegepast. Hoofdstuk 5 bevat een overzicht van normen voor PFAS in verschillende media, gehanteerd in andere regio's en landen. Hoofdstuk 6 bevat enkele aanvullende beleidsadviezen. 7 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 2 PFAS: types, historiek en eigenschappen 2.1 Wat zijn PFAS? De groep poly- en geperfluoreerde alkyl verbindingen (PFAS) omvat een grote groep van meer dan 6000 individuele stoffen. PFAS hebben als overeenkomst dat ze een volledig (per-) of gedeeltelijk (poly-) gefluoreerde koolstofketen bevatten, met een varirende lengte, meestal tussen 2 tot 16 koolstofatomen. De bekendste PFAS zijn PFOS (perfluoroctaansulfonzuur) en PFOA (perfluoroctaanzuur). PFAS werden onder meer gebruikt vanwege hun unieke oppervlakte-actieve eigenschappen. Hierdoor zijn ze zowel water- als vetafstotend en zijn ze goed bestand tegen bijvoorbeeld hitte of zuren. Deze stoffen bestaan uit een basisketen van koolstof (C) en fluor (F) atomen, met een specifieke stofgroep eraan toegevoegd. Chemici waren in staat om veel verschillende variaties te maken en zo ontstond een stofgroep met meer dan 6.000 verschillende verbindingen. De toepassing van deze verbindingen in industrile of huishoudelijke producten is zeer breed. Ze zijn toegepast als vlekkenbescherming in tapijten, voor het waterafstotend maken van textiel, voor metaalbewerkingsprocessen, voor de productie van anti-aanbak materiaal, of als hulpstof in bepaalde soorten brandblusschuim. Sinds 2000 komen de stoffen uit de PFAS-stofgroep steeds meer onder de aandacht omdat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat deze stoffen persistent, bioaccumulatief en toxisch zijn. Daarnaast tonen metingen aan dat deze stoffen op grote schaal in ons milieu aanwezig zijn. (1) Drie grote subgroepen kunnen worden onderscheiden: geperfluoreerde en gepolyfluoreerde verbindingen en fluorpolymeren. 2.1.1 Geperfluoreerde alkylzuren Geperfluoreerde alkylzuren (PerFluorAlkylzuren; PFAA's) bevatten een volledig gefluoreerde koolstofketen varirend in lengte, in het algemeen van C2 tot C16. De functionele groep varieert. De groep met geperfluoreerde alkylzuren wordt bijgevolg onderverdeeld in de verschillende alkylzuren: - De geperfluoreerde sulfonzuren (PFSA's), waarbij de functionele groep een sulfonzuurgroep is (bijvoorbeeld PFOS (perfluoroctaansulfonzuur)), - De geperfluoreerde carbonzuren (PFCA's) waarbij de functionele groep een carbonzuurgroep is (bijvoorbeeld PFOA (perfluoroctaanzuur)), - Andere geperfluoreerde alkylzuren met andere functionele groepen (zoals onder andere de geperfluoreerde fosfonzuren. (2) Figuur 1 Chemische structuur van PFOS (links) en PFOA (rechts) Bij de productie van PFAS ontstaan vaak mengsels van stoffen, waaronder een mengsel van lineaire en vertakte isomeren. Daarnaast ontstaan ook kortere en langere PFAS als bijproducten. (2) 2.1.2 Gepolyfluoreerde alkylverbindingen Gepolyfluoreerde verbindingen zijn verbindingen waarvan de koolstofketen niet volledig gefluoreerd is, maar slechts gedeeltelijk. Gepolyfluoreerde verbindingen worden vaak ingezet als vervangers voor PFOS en PFOA. 8 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 2.1.2.1 Fluortelomeren Onder de gepolyfluoreerde verbindingen vallen de fluortelomeren, deze bevatten een ethylgroep (CH2CH2) tussen de volledig gefluoreerde koolstofketen en de functionele groep. Ze hebben de naam fluortelomeren gekregen vanwege het productieproces fluortelomerisatie. Fluortelomeren worden geproduceerd met grote variteit aan functionele groepen, zoals alcoholen, sulfonamides, sulfonamido-ethylacrylaten en methylacrylaten en sulfonamido-azijnzuren. Het grootste deel van de fluortelomeren wordt gebruikt in productieprocessen, zoals bijvoorbeeld als bouwstenen voor polymeren, oppervlakte-actieve stoffen en polymeren met gefluoreerde zijketens. Vele van deze producten zijn zogenaamde precursors (zie paragraaf 2.1.2.2) en worden in het milieu omgezet in PFSA's en PFCA's, welke niet verder afgebroken worden (3). In Figuur 2 zijn twee voorbeelden gegeven: 8:2 fluortelomeeralcohol (FTOH) en 6:2 fluortelomeer sulfonaat (6:2 FTS). 8:2 FTOH bestaat uit 8 volledig gefluoreerde koolstofatomen, een ethylgroep en een alcoholgroep en is een voorbeeld van een PFCA-precursor: een verbinding die in het milieu kan worden omgezet in o.a. PFOA. 6:2 FTS bestaat uit 6 volledig gefluoreerde koolstofatomen, een ethylgroep en een sulfonaatgroep, en tevens een voorbeeld van een PFCAprecursor. Figuur 2 Voorbeelden telomeren, met 8:2 FTOH (links) en 6:2 FTS (rechts) 6:2 FTS wordt voor verschillende doeleinden als vervanger van PFOS gebruikt, onder andere in brandblusschuim en als oppervlakte-actieve stof bij industrile toepassingen. 8:2 FTOH is veel gebruikt voor het waterafstotend maken van textiel. 2.1.2.2 Fluorpolymeren Gefluoreerde polymeren kunnen al dan niet onder de PFAS vallen, afhankelijk van of ze wel of niet perfluoralkylgroepen bevatten. Het fluorpolymeer polytetrafluoroethyleen (Teflon, PTFE), behoort wel tot de PFAS en wordt gebruikt als antiaanbaklaag in pannen. In textiel gecoat met PTFE (jassen, tafelkleden etc.) worden voornamelijk fluortelomeer alcoholen en fluortelomeer carbonzuren in relatief grote hoeveelheden aangetroffen (tot 11 mg/m fluortelomeer alcoholen en 0,4 mg/m PFCA (4). Daarnaast bestaan er ook polymeren met gefluoreerde zijketens. Deze worden vooral in de textielindustrie gebruikt. Bij afbraak van de polymeren komen de gefluoreerde zijketens vrij en kunnen PFAA's gevormd worden. Deze polymeren kunnen dus ook precursors zijn. (1) 2.1.3 PFAS-precursors PFAS-precursors zijn stoffen die in het milieu af kunnen breken naar PFSA's en PFCA's zoals PFOS en PFOA. Het gaat om een zeer grote groep van veelal onbekende en niet of moeilijk te analyseren verbindingen. Ook de fluortelomeren en fluorpolymeren (zie 2.1.2) vallen hieronder. Precursors zijn significante bronnen van PFAS naar het milieu. De wereldwijde productie van polyfluorchemicalin, waarvan de meeste precursors zijn, is vele keren groter dan die van PFOS en PFOA gezamenlijk (5). Bij commercieel beschikbare analysemethoden voor PFAS worden voornamelijk PFCA's en PFSA's gemeten, en enkele precursors. Onderzoek van stedelijk (regen)afvoerwater waarin precursoren aanwezig waren in de San Francisco Bay heeft aangetoond dat PFSA's en PFCA's minder dan 25% van het totale PFAS-gehalte uitmaken (6). Inzicht in de aanwezigheid van precursors is daarom belangrijk. 9 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 2.2 Gedrag van PFAS in het milieu De koolstof-fluorbinding is n van de sterkste bindingen in de organische chemie. PFAS bestaan meestal uit een hydrofobe staart (gepolyfluoreerde of geperfluoreerde koolstofketen) en een hydrofiele kop (functionele groep bestaande uit bijvoorbeeld, sulfonaat of carboxylaat en/of de zouten daarvan. Door deze amfifiele (zowel hydrofoob als hydrofiel) eigenschappen van PFAS zijn ze ideaal voor gebruik als oppervlakte-actieve stoffen. In tegenstelling echter tot conventionele oppervlakte-actieve stoffen heeft de staart van de PFAS ook lipofobe (vetmijdende) eigenschappen waardoor PFAS-coatings niet alleen bestendig zijn tegen water, maar ook tegen olie, vet, andere niet-polaire stoffen en vuildeeltjes (2). PFAS komen van nature niet voor maar zijn toch wijdverspreid aanwezig in het milieu door hun hoge oplosbaarheid, lage/matige sorptie aan bodem en sediment en resistentie tegen biologische en chemische afbraak. Er zijn vele studies gepubliceerd over PFSA's en PFCA's in het milieu. Over precursoren zijn er veel minder data beschikbaar, aangezien deze niet altijd standaard geanalyseerd worden en het belang van de precursors pas de laatste jaren meer bekend wordt. PFSA's en PFCA's zijn biologisch niet afbreekbaar. Ze zijn daarnaast veelal eindproducten van de biologische omzetting van precursors. Deze stoffen (inclusief PFOS en PFOA) zijn zogenaamde "dead-end daughter products", ofwel de eindproducten van natuurlijke afbraak. (2) Figuur 3 en Figuur 4 geven het conceptueel sitemodel weer van PFAS in het milieu. De belangrijkste primaire verontreinigingsbronnen zijn de PFAS producerende industrie en de productie van PFAShoudende producten. PFAS verspreiden zich vervolgens via verschillende routes: Via de lucht en vervolgens depositie op de bodem in omgeving en anderzijds via uitloging naar grondwater en verdere verspreiding via grondwater. Via afval(water) naar waterlopen, sediment, stortplaatsen, ... Verspreiding van PFAS in het milieu kan ongemerkt ook fysiek hebben plaatsgevonden. Omdat PFAS zeer wijdverspreid zijn en nog worden toegepast, zijn er meerdere routes bekend via welke PFAS onbedoeld zijn/worden verspreid: o Het verspreiden van verontreiniging tijdens baggeren o Het verplaatsen van grond zonder dat bekend is dat deze verontreinigd is (grondverzet) o Het gebruik van brandblusschuim en de depositie van PFAS houdend schuim in de omgeving. 10 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 Figuur 3:Conceptueel model bron-pad-receptor blootstelling en effecten. (7) Op basis van de fysische en chemische eigenschappen van vertonen PFAS volgend gedrag in het milieu: Door de hoge oplosbaarheid en de lage adsorptie van PFAS aan de bodem, kunnen PFAS zich in het milieu makkelijk via grondwater verspreiden. Doordat er geen afbraak plaatsvindt van PFAA's kunnen PFASverontreinigingen zeer grote pluimen vormen. Vanwege de lage evenwichtsconstante tussen lucht en water (Henryconstante) verspreiden PFAA's zich niet of nauwelijks via de lucht. PFAS kunnen wel door de lucht getransporteerd worden wanneer het via een productieproces in de lucht wordt uitgestoten. PFOA coaguleert bijvoorbeeld en vormt dan aerosolen (kleine deeltjes) (8). Voor precursors kan verspreiding via de lucht wel relevant zijn. Precursors met een hoge vluchtigheid zoals FTOH's, gefluoreerde sulfonamides (FOSAs) en sulfonamido ethanolen (FOSEs) kunnen via de lucht verspreiden. In de lucht zijn ze onderhevig aan atmosferische oxidatie, waarbij PFAAs worden gevormd. PFAS oppervlakte-actieve stoffen hebben de mogelijkheid om enerzijds te groeperen bij grensvlakken en anderzijds micellen te vormen. Daardoor kunnen PFAS in het milieu accumuleren in de grensvlakken tussen grondwater (hydrofiel) en bodemlucht (hydrofoob). Figuur 4 geeft een overzicht van conceptueel model PFAS-verspreiding via het grondwater. 11 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Figuur 4:conceptueel site model PFAS-verspreiding (1) Bij verspreiding via grondwater, moet rekening gehouden worden met: De geperfluoreerde verbindingen (PFAA's) zijn persistent. De pluimlengte neemt toe als de ketenlengte daalt. Kortere PFAA's zijn dus mobieler. De precursoren die niet/weinig zichtbaar zijn verspreiden ook in functie van ketenlengte. De pluimlengte neemt toe als de ketenlengte daalt. Deze niet-gefluoreerde delen van de precursors kunnen tegelijk ook chemisch en biologisch afgebroken worden naar de persistente geperfluoreerde verbindingen PFSA's en PFCA's. PFAS hebben een zeer lage log Kow, die in veel gevallen zelfs niet te meten is door het water n vetafstotende eigenschappen. PFAS zullen zich bij de log Kow-bepaling accumuleren op het grensvlak wateroctanol in plaats van n de vloeistoffen. De log Kow vormt voor PFAS dus geen goede indicator voor adsorptie aan de bodem. PFOS adsorbeert sterker aan organische stof dan PFOA. De adsorptie van PFOA is matig. De adsorptie is daarnaast pH afhankelijk. Bij lagere pH vindt sterkere adsorptie plaats. Ook een toename in hoeveelheid calcium in de bodem versterkt de adsorptie (9). Over het algemeen geldt dat langketenige PFAS sterker aan de bodem adsorberen dan kortketenige PFAS. Kleinere PFAS zoals PFBA, PFHxA en PFBS adsorberen niet of nauwelijks aan de bodem. 2.3 Historiek PFAS werden uitgevonden eind jaren 30. De grootschalige productie en toepassing van PFAS kwam op gang in de jaren 60. Door de jaren heen zijn steeds meer gebruiksmogelijkheden voor PFAS ontdekt en worden PFASverbindingen in steeds meer bedrijfstakken gebruikt. Van 1966 tot 1990 groeide de productie en het gebruik vanwege 12 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 hun unieke chemische stabiliteit en hun water- en vuilafstotende eigenschappen. De jaarlijkse productiehoeveelheid vermeerderde aanzienlijk van 500 ton per jaar in de jaren 70 tot bijna 5000 ton per jaar in 2000 (10). 2.3.1 PFOS en PFOA In 2000 begon de belangrijkste wereldwijde producent van PFOS, 3M, met het uitfaseren van de productie van PFOS. Als gevolg van dit initiatief daalde de wereldwijde productie aanzienlijk tussen 2000 en 2003. In 2006 is het gebruik van PFOS in producten en halffabricaten reeds aan banden gelegd (Directive 2006/112/EC). In 2009 is dit aan de REACH regelgeving toegevoegd (EC 552/2009, Annex XVII van EC 1907/2006). In mei 2009 is PFOS toegevoegd aan Annex B13 van de Stockholm Conventie, als zijnde een POP (Persistent Organic Pollutant). Dit houdt in dat er maatregelen genomen moeten worden om het gebruik van PFOS uit te faseren. Deze beslissing is opgenomen in de Europese regelgeving in 2010 (850/2004/EC, 757/2010). Hierbij is het maximaal toegestane gehalte PFOS verlaagd naar 0,001 gewichtsprocent of 10 mg/kg. De uitzonderingen zijn in 2015 opnieuw gevalueerd, wat heeft geleid tot het intrekken van een aantal uitzonderingen (waaronder hydraulische vloeistoffen voor de luchtvaart, blusschuim) in april 2017 (EU 2017/758). In 2019 werden opnieuw een aantal uitzonderingen ingetrokken (EU 2019/639); Een specifieke uitzonderingen worden nog steeds voorzien voor het gebruik van PFOS in blusschuim voor de bestrijding van dampen van vloeibare brandstoffen en branden van vloeibare brandstoffen, het gebruik bij galvanisatie in gesloten systemen en het gebruik in de landbouw als lokstof voor mieren. In Juni 2015 is PFOA (en zouten en PFOA gerelateerde componenten) toegevoegd aan de lijst van te evalueren stoffen in het kader van de Stockholm Conventie. Op dit moment wordt de stof gevalueerd. Het wordt verwacht dat PFOA (en precursors) binnen twee jaar aan de Stockholm lijst wordt toegevoegd. Per 13 juni 2017 zijn PFOA en de zouten daarvan toegevoegd aan de lijst van zeer zorgwekkende stoffen binnen REACH en aan Annex XVII van EC 1907/2016, alsmede elke aanverwante stof die C7H15- als n van de structurele elementen heeft. In Annex XVII is het volgende opgenomen: Deze stoffen mogen vanaf 4 juli 2020 niet in de handel gebracht worden als stof zelf. Het mag daarnaast niet meer gebruikt worden als bestanddeel van een andere stof, voorwerp of mengsel in een concentratie gelijk aan of groter dan 25 ppb (25 g/kg) als PFOA zelf of 1000 ppb (1 mg/kg) als aanverwante stof, hoewel er verschillende uitzonderingen zijn voorzien. (2) 2.3.2 Vervangers PFOS en PFOA Na de uitfasering van PFOS en PFOA zijn deze stoffen vervangen door andere PFAS-verbindingen, zoals 6:2 FTS, GenX en ADONA. Deze verbindingen zijn ook volledig of gedeeltelijk gefluoreerd, maar hebben vaak net een andere structuur dan de PFAS die ze vervangen. GenX en Adona zijn perfluorethers, en hebben n of meerdere ether (-O-) groepen in de molecuulstructuur. 6:2 FTS is vergelijkbaar met PFOS, echter de twee koolstofatomen naast het sulfaatatoom zijn niet gefluoreerd. 6:2 FTS is een precursor van PFHxA. Van de vervangende verbindingen wordt aangegeven dat ze over het algemeen minder bioaccumulatief zijn, alhoewel dat nog wel ter discussie staat. Door de gefluoreerde keten zijn ze wel persistent. Het is waarschijnlijk dat op locaties waar voorheen PFOS en/of PFOA zijn gebruikt, tegenwoordig andere PFASverbindingen worden gebruikt. Dit geldt ook andersom; op locaties waar nu andere PFAS-verbindingen worden gebruikt is de kans groot dat in het verleden PFOS en/of PFOA zijn gebruikt. Het overschakelen naar een PFAS-vrij productieproces vraagt meestal een verandering van het complete systeem. 13 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Figuur 5: gebruik verschillende PFAS wereldwijd, naar ITRC (2020) `history and use of per- and polyfluoralkyl substances (PFAS)" (11) 14 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 3 Toepassingen PFAS 3.1 Methode In onderstaande hoofdstukken worden verschillende activiteiten opgesomd waar PFAS werden/worden gebruikt en bijgevolg potentieel vrijkomen in het milieu. Tevens wordt een kwalitatieve inschatting gedaan van de kans op het voorkomen van PFAS in grond en grondwater. De indeling is gebaseerd op beschikbare gegevens in de literatuur en expert judgement. Vaak zijn er niet voldoende gegevens om voor bepaalde activiteiten met zekerheid uitspraken te doen. Rond heel veel activiteiten waar PFAS zijn gebruikt, is nog onvoldoende onderzoek gebeurd om het risico op bodemverontreiniging adequaat te kunnen inschatten. Het is daarom raadzaam om deze lijst met activiteiten periodiek te herzien, naarmate meer gegevens worden verzameld. In grote lijnen kunnen verschillende types van locaties worden onderscheiden: Productiesites van PFAS PFAS verwerkende industrien Gebruik van PFAS houdende producten o Gebruik van brandblusschuimen. o Industrien waar PFAS-houdende producten werden gebruikt. Afvalverwerking 3.2 Productiesites van PFAS In het verleden zijn er twee processen gebruikt voor de productie van PFAS: elektrochemische fluorering (ECF) en telomerisatie (TM). (2) De PFAS-productie vr 2001 werd voornamelijk gedomineerd door het elektrochemische fluoreringsproces van 3M, waarbij als belangrijkste product 30-45% PFOS werd gevormd, met daarnaast een verzameling van andere PFCA's en PFSA's. Dit proces is ook op de 3M locatie in Zwijndrecht toegepast. Sinds 2001, is de productie van PFAS door elektrochemische fluorering sterk verminderd vanwege zorgen rondom de milieueffecten van PFOS en werd telomerisatie de voornaamste manier van PFAS-productie. Hierbij worden geen PFOS of precursors van PFOS gevormd. (2) De twee syntheseroutes resulteren in een verschillende graad van zuiverheid van het product. In het algemeen ontstaan bij het ECF-proces even- en oneven, vertakte en lineaire geperfluoreerde koolstofketens. Bij telomerisatie ontstaan alleen even lineaire ketens. Momenteel is telomerisatie het meest gebruikte productieproces. (2) In de onmiddellijke omgeving van productielocaties is de kans op het vrijkomen van PFAS in het milieu groot. 3.3 PFAS-verwerkende industrie 3.3.1 Productie en verwerking gefluoreerde polymeren en fluorpolymeren Deze industrie omvat de productie en verwerking van fluorpolymeren (o.a. teflon en FEP) en het drogen en het aanbrengen van polymeren. Teflon en andere gefluoreerde polymeren worden als halffabricaat gebruikt voor verschillende industrien (kunststof (proces)leidingen, antiaanbakpannen etc.). De meest gebruikte types PFAS hiervoor zijn PFOA en GenX. PFAS worden op deze manier gebruikt sinds de jaren 60. PFOA is tot circa 2012 gebruikt tijdens het productieproces van fluorpolymeren zoals polytetrafluoretheen (PTFE, Teflon). PFOA werd ook gebruikt in het productieproces van perfluoralkoxy polymeren (PFA-polymeren). Vanaf 2013 is PFOA in Dordrecht volledig vervangen door het GenX proces voor de productie van PTFE. Het GenX proces is gebaseerd op de geperfluoreerde verbindingen FRD-902/903 (ammonium of waterstof)-2,3,3,3-tetrafluoro2(heptafluoropropoxy)propanoaat) en het omzettingsproduct E1 (heptafluoropropyl-1,2,2,2-tetrafluorethyl ether) (12). 15 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 In Mechelen en Zwijndrecht zijn tevens productielocaties gelegen, waar PTFE wordt geproduceerd. Er kan bij gevolg verwacht worden dat ook in het milieu deze verschuiving van PFOA naar GenX op termijn zal opgemerkt worden. Studies hebben aangetoond dat indien PFOA als hulpstof wordt gebruikt bij de productie van polymeren, het eindproduct een relatief hoog gehalte PFOA kan bevatten. Het gehalte kan significant variren, van 0,001-0,005 procent in droog materiaal tot 0,1-0,5% in gedispergeerd materiaal. Dit betekent ook dat door import van PTFE uit landen waar PFOA nog steeds als hulpstof wordt gebruikt, significante hoeveelheden PFOA worden gemporteerd (inschatting van 3-16 ton PFOA per jaar in de EU) (13). In 2006 is de US-EPA samen met 8 PFAS producerende bedrijven gestart met het PFOA Stewardship program. Dit had tot doel om het gebruik en de emissie van PFOA voor 2010 te reduceren met 95%, en vervolgens toe te werken naar complete uitfasering per 2015. (2) De productie en verwerking van gefluoreerde polymeren en fluorpolymeren is doorgaans een grootschalige chemische industrie waar gedurende lange tijd zeer grote hoeveelheden PFAS gebruikt worden. Bij de PFAS verwerkende industrie, zoals bij teflon productie, worden grote hoeveelheden PFAS toegepast. Door de grote hoeveelheden die gebruikt is de kans op een ernstige bodemverontreiniging met PFAS bij deze locaties daarom groot tot zeer groot. 3.3.2 Productie brandblusschuim PFAS worden in brandblusmiddelen gebruikt, voornamelijk in de type B AFFF schuimen (AFFF: aqueous film forming foam). Schuimvormende middelen bestaan uit een grote range aan stoffen, welke samen zorgen voor de effectieve verspreiding van het schuim over de vloeistof, de houdbaarheid tijdens opslag en tijdens brand. Het schuimvormende middel bevat onder andere verschillende surfactants (bv. fluorchemicalin, protenen, koolwaterstoffen, siliconen), stabilisatoren, oplosmiddelen en speciale ingredinten voor anti-corrosie en biociden. Er zijn vele typen brandblusschuim: Klasse A schuimen werden ontwikkeld voor de bestrijding van bosbranden. Het verlaagt de oppervlaktespanning van water waardoor het dieper kan doordringen in het brandend materiaal. Het wordt daarom ook ingezet voor het blussen van gebouwen. Klasse B schuimen worden gebruikt voor het blussen van brandbare vloeistoffen. Er worden twee grote groepen onderscheiden o Synthetische schuimen Aqueous film forming foam (AFFF): dit type schuim kan PFAS bevatten. (14) Alcohol resistente AFFF (AR-AFFF): dit type schuim kan PFAS bevatten. (14) o Proteneschuimen - deze zijn biodegradeerbaar. Ook hier zijn er verschillende subgroepen waarvan er enkele PFAS kunnen bevatten Gewone protene schuimen - bevatten geen PFAS Fluor protene schuimen (FP) - kan PFAS bevatten, Film vormende protene schuimen (FFFP) - kan PFAS bevatten (14) Alcohol-resistente film vormende fluor protene schuimen (AR-FFFP) - kan PFAS bevatten (14) Er bestaan eveneens fluorvrije schuimen (FFF - fluorine free foam of F3-schuimen) - deze bevatten geen gefluoreerde stoffen. Het gaat dan om gewone protene schuimen, alcohol -resistente proteneschuimen (AR-P), synthetisch fluoride vrij schuim (FFF) en synthetische alcohol resistente fluorvrije schuimen (AR-FFF). PFAS zijn geschikt voor de klasse B schuimen vanwege hun vermogen tot het zeer snel produceren van een afsluitende filmlaag. De fluorcomponenten zijn chemisch en thermisch zeer stabiel, zelfs onder extreem hoge temperaturen en bij extreme omstandigheden blijven de verbindingen intact en blijft het schuim werken (bijvoorbeeld bij zeer agressieve zure of basische brandstoffen en chemicalin). Door de unieke eigenschap dat ze zowel hydrofiele (water) als hydrofobe (vet, olie, brandstoffen) verbindingen afstoten is bij het gebruik van AFFF daarom weinig risico dat de brandstof opgenomen wordt in het schuim. 16 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 PFOS en de daarvan afgeleide verbindingen werden tot 2001 gebruikt in brandblusschuimen. Daarna is de productie van PFOS vanwege milieuoverwegingen uitgefaseerd. Sinds 2001 worden brandblusschuimen geproduceerd met behulp van fluor-oppervlakte-actieve stoffen gebaseerd op fluortelomeren, zoals 6:2 FTS en 8:2 FTS (fluortelomeersulfonaten) (15). PFOA is in mindere mate dan PFOS in AFFF toegepast, maar is wel vaak in AFFF aanwezig, meestal als bijproduct van de productie van de PFAS die in AFFF gebruikt worden. In AFFF is een breed spectrum aan fluorhoudende precursors aanwezig. De samenstelling van de AFFF varieert per producent, en is vaak bedrijfsgeheim. De informatie die op een MSDS (material safety datasheet) van het brandblusschuim gegeven wordt, is vaak niet afdoende om te kunnen bepalen welke PFAS in de desbetreffende AFFF aanwezig zijn (toegepaste stoffen zijn bedrijfsgeheim of concentraties te laag om weer te moeten geven op het MSDS). De termen PFOS-vrij en PFOA-vrij geven veelal aan dat er wel andere PFAS in het brandblusschuim aanwezig zijn. Wanneer de term PFAS-vrij gebruikt wordt (of vrij van PFC), kan verwacht worden dat er ook geen andere PFAS in het schuim aanwezig zijn. AFFF bevat doorgaans meerdere typen PFAS-verbindingen, inmiddels zijn 240 individuele PFAS in AFFF gedetecteerd (15). 3.3.3 Galvanische industrie Bij galvanisatie is PFOS vooral gebruikt bij het verchromen. Het werd (en wordt nog steeds) toegepast om de blootstelling van medewerkers aan chroom-VI te reduceren. Tijdens het verchromen wordt een elektrische stroom door een bad met chroomzuur geleid. Hierbij ontstaan zuurstof en waterstofgasbellen die aan de oppervlakte uit elkaar barsten. PFOS wordt gebruikt om de oppervlaktespanning van het bad met chroomzuur te verlagen, waardoor de grootte van de bellen vermindert en minder bellen op het grensvlak barsten, waardoor minder kankerverwekkend chroom-VI in de lucht vrijkomt (16). Na het verchromingsbad wordt het verchroomde metaal in meerdere spoelbaden met water afgespoeld. Deze spoelbaden raken zo verontreinigd met PFOS. Als alternatief voor PFOS wordt momenteel voornamelijk 6:2 FTS gebruikt. De functionaliteit van alternatieven voor PFOS is beduidend minder, en verhoogd vrijkomen van chroom-VI tijdens het proces is ongewenst. PFOS wordt daarom nog steeds toegepast in de verchromingsindustrie, in gesloten systemen om het vrijkomen van PFOS te minimaliseren (UNEP-POPS, 2014). (2) 3.3.4 Textiel PFAS worden gebruikt bij het water- en vuilafstotend maken van o.a. kleding, schoenen, tenten, paraplu's, tapijten en meubels (17). De hoeveelheid PFAS in deze materialen varieert van 2-3 procent van het vezelgewicht tot 15 % in synthetische tapijten (13). Vaak worden polymeren van PFAS toegepast. Er worden hoofdzakelijk twee soorten (polymeren van) PFAS toegepast voor het water- en vuil afstotend maken: Voor het waterdicht maken van (buitensport)kleding en tenten wordt polytetrafluorethyleen (PTFE/Teflon) gebruikt. PTFE is een fluorpolymeer met een hoog molecuulgewicht en wordt daarom gebruikt bij de fabricage van poreuze stoffen zoals Gore-Tex . Een dunne laag PTFE wordt aan het materiaal toegevoegd om het materiaal te versterken en ademend te maken. De dunne laag PTFE heeft 1,4 miljard porin per cm2. De porin zijn kleiner dan regen regendruppels maar groter dan waterdamp moleculen, waardoor de stof waterdicht is, en toch kan ademen. Polymeren met gefluoreerde zijketens, zoals bijvoorbeeld fluortelomeeracrylaatpolymeren. De methode wordt bijvoorbeeld gebruikt in textiel, tapijten en leer vanwege de water- en vuilafstotende eigenschappen. Bij afbraak van het polymeer komen de gefluoreerde zijketens vrij. Dit kan gebeuren tijdens gebruik, maar ook tijdens wassen. Deze polymeren kunnen residuen van PFAS vanuit het productieproces bevatten of ze kunnen worden afgebroken tot fluortelomeren, zoals FTOH's, maar ook tot geperfluoreerde carbonzuren zoals PFOA en PFHxA. 17 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Over het algemeen werden C8-gebaseerde fluorchemicalin (o.a. PFOS, PFOA) gezien als het beste product in de textielindustrie. Deze C8-verbindingen zijn later vervangen door PFAS met kortere ketens. Volgens het RIVMonderzoek `Impregneermiddelen' werkt de Nederlandse leerindustrie met C4-polymeren als alternatief voor de C8verbindingen. Er zijn een aantal op PFAS gebaseerde coatings voor textielproducten in de handel voor gebruik door consumenten. De producten bestaan gewoonlijk uit een mengsel van onder andere PFAS en oplosmiddelen. De impregnatiemiddelen worden met een spuitbus als een dunne laag aangebracht op de stof, waarbij een dunne polymeerstructuur van zowel polyfluorgealkyleerde als niet-gefluoreerde zijketens op het oppervlak wordt gevormd. Deze zijketens zorgen voor de vuil- en waterafstotendheid. In deze impregnatie middelen worden vooral FTOH aangetroffen, wat uiteindelijk weer af kan breken naar PFCA's. Mediane concentraties kunnen oplopen tot 146 mg/kg voor 8:2 FTOH (precursor van PFOA), met een maximum van 719 mg/kg (18). 3.3.5 Papier- en verpakkingsindustrie PFAS worden gebruikt bij de productie van vet- en waterafstotend papier, bijvoorbeeld voor het verpakken van voedsel. Tijdens de productie worden voornamelijk polyfluoralkyl fosforzuren (PAPs en diPAPs) gebruikt. Ook andere PFAS zijn in de papierindustrie gebruikt. Zo werden ter hoogte van een voormalige papierfabriek in Vlaanderen naast verhoogde concentraties aan PFOS ook verhoogde waarden aan PFOA aangetroffen. (https://www.willebroek.be/) Een onderzoek in Amerika toonde aan dat in 90% van de geteste voedselverpakking FTOH aanwezig was, het mediane gehalte FTOH was 0,4 mg/kg (5). Onderzoek van Kotthoff (2015) gaf dat er veel PFCA's aanwezig waren in bakpapier van vr 2010 (muffin bakvormen, PFNA+PFDA=1 mg/kg), maar dat er veel lagere waarden zijn gemeten in de monsters van 2015 (14 en 18 g/kg voor respectievelijk PFOA en PFPeA). In bakpapier en papier om brood in te pakken zijn in 2015 lage concentraties PFAA's aangetroffen. (18) 3.3.6 Lak- en verfindustrie PFAS worden ook gebruikt in de productie van lak en verf o.a. om de uitvloeiing te verbeteren, maar ook vanwege de vuilafstotende eigenschappen (17). De gebruikte hoeveelheden zijn waarschijnlijk klein omdat het om specifieke toepassingen gaat en er goedkopere alternatieven zijn (13). 3.3.7 Fabricage van cosmetica, reinigingsmiddelen en onderhoudsmiddelen In de cosmetica-industrie wordt PFAS gebruikt om diverse redenen. Het kan in zonnebrandcrme en bodylotion zitten om de crme waterafstotend te maken. PFAS worden in cosmetica ook gebruikt als antiklontermiddel, oplosmiddel, emulgatoren, antistatica, stabilisatoren emulgatoren, antistatica, stabilisatoren, oppervlakte-actieve stoffen, filmvormers, viscositeitsregelaars en oplosmiddelen. Er worden vooral polyfluoralkyl fosforzuren (PAPs/diPAPs) gebruikt. Maar uit een analyse van diverse cosmeticaproducten blijkt dat er ook PFCA's (o.a. PFOA, PFHxA en PFHpA) in cosmetica kunnen zitten (19). PFAS worden hier voornamelijk gebruikt om de oppervlaktespanning te verlagen of de levensduur van voornamelijk cosmetische producten te verlengen (2) PFAS werden ook gebruikt bij de productie van schoonmaakmiddelen (ontvetters, vaatwasmiddelen, schoonmaakmiddelen) en onderhoudsproducten (ruitenbeschermers, coatings en wassen). Het gebruikte type PFAS is zeer divers. Het gaat O.a. om PAPs en PFCAs, maar ook om polymeren met gefluoreerde zijketens. In het verleden werd PFOS gebruikt. 18 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 Het gaat bij de productie van cosmetica en reinigingsmiddelen waarschijnlijk om relatief kleine hoeveelheden. De kans op bodemverontreiniging wordt daarom als zeer beperkt ingeschat Bij onderhoudsmiddelen gaat het om grotere hoeveelheden - de kans op bodemverontreiniging is beperkt (meer risico voor emissie naar water). 3.3.8 Hydraulische vloeistoffen en smeermiddelen PFAS werden gebruikt als toevoeging aan hydraulische vloeistoffen bij het vullen en navullen van de vloeistof en dit minstens sinds 1970. Het voornaamste gebruik is gerelateerd aan vliegtuigbouw en onderhoud. (2) Ook in smeerolin en hydraulische vloeistoffen voor auto's zijn PFAS gebruikt. Bij analyse van 18 verschillende smeermiddelen en hydraulische vloeistoffen voor auto's in de verenigde Staten werden in alle 18 producten minsten 9 van 13 onderzochte PFAS aangetroffen. De gemiddelde totale concentratie bedroeg 1880 ng/g na oxidatie van de PFAS. De concentraties lagen veel hoger na oxidatie, wat er op wijst dat er voornamelijk precursoren aanwezig zijn. (20). 3.4 Gebruik van PFAS-houdende producten 3.4.1 Gebruik van brandblusschuim Op PFAS gebaseerde klasse B brandblusschuimen (zie ook 3.3.2) worden sinds de jaren 70 gebruikt voor het blussen van brand op vliegvelden, raffinaderijen, bulkopslag chemicalin en andere locaties waar gewerkt wordt met grote volumes van brandbare vloeibare koolwaterstoffen. Ook wordt AFFF gebruikt bij brandblustrainingen op deze locaties en kan het vrijkomen bij het testen en het gebruik van automatische blusinstallaties in gebouwen. (2) Afhankelijk van de specificaties van het schuimvormende middel vindt een bijmenging in verschillende concentraties plaats. Bij een schuimvormend middel met bijvoorbeeld de aanduiding 3% (bijmengpercentage) vindt een bijmenging plaats van 3 delen schuimvormend middel en 97 delen water. Fluorhoudende schuimvormende middelen bevatten in de ordegrootte van 5% aan PFAS. De hoeveelheid schuimvormend middel die in wordt gezet is afhankelijk van de grootte en het type brand. Dit kan gaan om tientallen tot duizenden liters schuimvormend middel. Bij de inzet van schuimvormende middelen door de (bedrijfs)brandweer kunnen hierdoor bij grote branden tientallen kilo's PFAS vrijkomen. PFOS en de daarvan afgeleide verbindingen werden tot 2001 gebruikt in brandblusschuimen. Daarna is de productie van PFOS vanwege milieuoverwegingen uitgefaseerd. Sinds 2001 worden brandblusschuimen geproduceerd met behulp van fluor-oppervlakte-actieve stoffen gebaseerd op fluortelomeren, zoals 6:2 FTS en 8:2 FTS (fluortelomeersulfonaten) (21). Deze fluortelomeersulfonaten vallen onder de zogenaamde precursors en kunnen afbreken tot PFAA's. PFOA is in mindere mate dan PFOS in AFFF toegepast, maar is wel vaak in AFFF aanwezig, meestal als bijproduct van de productie van de PFAS die in AFFF gebruikt worden. Door de lange levensduur van schuimconcentraten, is het aannemelijk dat PFOS-houdend schuim ook na 2001 nog is gebruikt: het gebruik van schuimen die PFOS als primair component bevatten (>0,001 wt%) is pas 10 jaar later definitief verboden (27 juni 2011) (Stockholm Conventie). In landen die het Verdrag van Stockholm niet naleven (o.a. China) wordt PFOS nog steeds gebruikt en geproduceerd. In AFFF is een breed spectrum aan fluorhoudende precursors aanwezig. De samenstelling van de AFFF varieert per producent, en is vaak bedrijfsgeheim. De informatie die op een MSDS (material safety datasheet) van het brandblusschuim gegeven wordt is vaak niet afdoende om te kunnen bepalen welke PFAS in de desbetreffende AFFF aanwezig zijn (toegepaste stoffen zijn bedrijfsgeheim of concentraties te laag om weer te moeten geven op het MSDS). De termen PFOS-vrij en PFOA-vrij geven veelal aan dat er wel andere PFAS in het brandblusschuim aanwezig zijn. Wanneer de term PFAS-vrij gebruikt wordt (of vrij van PFC, FFF of F3), kan verwacht worden dat er ook geen andere PFAS in het schuim aanwezig zijn. AFFF bevat doorgaans meerdere typen PFAS-verbindingen, inmiddels zijn 240 individuele PFAS in AFFF gedetecteerd (15). 19 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Op basis van deze informatie kunnen volgende risicolocaties worden onderscheiden: Militaire oefenplaatsen en vliegvelden: zeer grote kans op bodemverontreiniging Vliegvelden(burgerluchtvaart): zeer grote kans op bodemverontreiniging Brandweeroefenplaatsen: ook industrile oefenplaatsen: zeer grote kans op bodemverontreiniging Groothandels brandblusschuim: met demonstratieruimte: grote kans op bodemverontreiniging Locaties waar branden werden geblust Overige PFAS-houdende producten PFAS worden toegepast in verschillende andere producten. De hoeveelheid PFAS die in deze producten gebruikt wordt zal eerder beperkt zijn en/of de aanwezigheid van bodembeschermende maatregelen is waarschijnlijk (zoals bij een autowasserij, metaalbehandeling of drukkerij). Het type PFAS dat bij deze activiteiten werd gebruikt is sterk afhankelijk van de activiteit en verandert ook door de tijd en daardoor moeilijk te specifiren. Elektronische industrie: Toegepast in sommige elektronica, bijvoorbeeld als isolatie, brandvertrager en in soldering Halfgeleiderindustrie: Gebruik van PFAS in printplaatproductie (verdachte producten/chemicalin: fotozuur, anti-reflectiecoating, fotolak en ontwikkelvloeistof). Foto-industrie: Toepassing van PFAS in sommige oplosmiddelen, pigmenten en ontwikkelvloeistof (Auto)spuiterijen: Toegepast in sommige verf en coatings Drukkerijen: Toegepast in sommige inkten Kleding/chemische wasserijen: Toegepast in de water- en vuilafstotende laag Scheepswerven: Toegepast in sommige coatings en als anti-fouling. Autowasserijen en treinwasserijen: Toegepast in sommige zeep en polish/was Bedrijven die gebruik maken van mallen: Om materiaal zoals thermoplastics, polypropyleen, epoxyharsen makkelijker uit mallen te halen worden deze mallen soms gecoat met PFAS. Misschien ook gebruikt in bekisting voor beton. (Glas)tuinbouw: Toegepast in sommige bestrijdingsmiddelen als hulpmiddel bijvoorbeeld als dispergeermiddel. Kassen worden mogelijk gecoat of schoongemaakt met PFAS-houdende middelen. (Jacht)havens: Toegepast in sommige coatings en als anti-fouling. Winning aardolie/aardgas: Toegepast in sommige "drilling oil" bij het boren naar olie of aardgas. 20 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 3.5 Afvalverwerking Het gebruik van PFAS en PFAS houdende producten impliceert dat PFAS ook aanwezig kunnen zijn in een aantal afvalstromen. Er wordt verwacht dat PFAS aanwezig zijn in afval van de textiel-, leer- en tapijtindustrie, papier en kartonindustrie afvalwater en slib van RWZI's. Ook zullen er PFAS aanwezig zijn in gebruikte tapijten en textiel die worden verbrand in verbrandingsovens of zijn gestort. Tapijten en kleding worden regelmatig gerecycleerd, zo worden tapijten hergebruikt in de cementindustrie, waar de tapijtvlokken gebruikt worden als brandstof en als additief voor cement. Ook buitenmeubels en bloempotten kunnen gemaakt worden van hergebruikte tapijten. Textiel vlokken kunnen gebruikt worden als coating voor drainagebuizen, in de wegenbouw en bij de productie van kleding. De verschillende risicolocaties verbonden aan afval worden in onderstaande paragrafen beschreven. Het type PFAS zal per locatie verschillen, maar waarschijnlijk zullen PFOS en PFOA het meest voorkomen aangezien die in het verleden het meest zijn gebruikt. Vooral locaties die na de jaren 60 nog in gebruik zijn geweest zijn relevant. 3.5.1 Afvalverbrandingsinstallaties PFAS worden afgebroken bij de verbranding maar vermoedelijk niet volledig. Doorgaans is de temperatuur van de verbrandingsoven onvoldoende om de PFAS volledig af te breken. Hierdoor komt PFAS vrij via de rookgassen, die doorgaans niet gereinigd worden op PFAS. Bij onderzoek naar dergelijke sites dient er aandacht te zijn voor het effect van atmosferische depositie naar de bodem (1) (2). De kans op bodemverontreiniging wordt ingeschat als beperkt (2). 3.5.2 Stortplaatsen Aangezien er in veel huishoudelijke producten PFAS kan zitten (o.a. vetvrij papier, Gore-Tex jassen, textiel en meubels met vuil afstotende coating) kan bij stortlocaties PFAS vrijkomen in het grondwater. Daarnaast kan plaatselijk ook afval van PFAS- productielocaties of de PFAS verwerkende industrie zijn gestort. Stortplaatsen die gesloten zijn voor 1970 zijn niet verdacht voor PFAS. Op andere stortplaatsen is de aanwezigheid van PFAS mogelijk. De mate waarin de stortplaats verdacht is voor het voorkomen van PFAS, hangt af van het materiaal dat gestort werd. Ook stortplaatsen waar PFAS-verdacht baggerslib of ruimingsspecie gestort werd zijn verdacht voor PFAS. Een grondige evaluatie is nodig om na te gaan of PFAS voor de betrokken stortplaats al dan niet als een verdachte stof te beschouwen is. Als slib of afval van PFAS-producerende of PFAS-verdachte activiteiten op de stortplaats terecht komen of kwamen, is onderzoek naar PFAS noodzakelijk (22). Het risico op bodemverontreiniging wordt in huidige stortplaatsen ingeschat als relatief beperkt, gezien deze gewoonlijk goed zijn uitgerust. Voor voormalige stortplaatsen (vooral met bedrijfsafval) wordt het risico op bodemverontreiniging ingeschat als groot. Uit onderzoeken naar PFAS bij stortlocaties in Dordrecht blijkt dat er inderdaad PFAS aanwezig is in het grondwater bij stortlocaties. In de stortlocaties rond Dordrecht wordt voornamelijk PFOA aangetroffen, maar dat komt mede door de aanwezigheid van de fabriek van DuPont/Chemours waar in het verleden veel PFOA is gebruikt. 3.5.3 Waterzuiveringsinstallaties Bedrijfsrioleringen komen in veel gevallen op het openbare riool terecht en uiteindelijk in afval- en/of rioolwaterzuiveringsinstallaties (AWZI/RWZI). Deze zuiveringsinstallaties zijn doorgaans niet uitgerust voor het zuiveren van de afvalwaterstroom op PFAS. Ter plaatse van grote waterzuiveringsinstallaties of ter plaatse van bedrijfslozingen in bijvoorbeeld de Rijn worden wel eens verhoogde concentraties PFAS aangetroffen. In het verleden ging het vaak om PFOS, tegenwoordig worden er andere stoffen aangetroffen zoals GenX, PFBA, PFBS; Bij onderzoek van RWZI's in Nederland werden zowel in het influent, effluent als zuiveringsslib PFAS aangetroffen (23). 21 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Gezien het afvalwater en slib gewoonlijk niet in contact komt met de omliggende bodem wordt het risico op het ontstaan van bodemverontreiniging ingeschat als zeer beperkt: Mogelijk is er wel een grote tot zeer grote kans op een verontreiniging in het water(bodem)systeem. 3.5.4 Afvalinzamelaars- en verwerkers, recyclagebedrijven Verontreiniging met PFAS kan ook ontstaan op locaties waar afval wordt verzameld, verwerkt of gerecycleerd. Voor huishoudelijk afval wordt het risico ingeschat als beperkt. Voor verwerking van gevaarlijk afval wordt het risico ingeschat als groot (met name olie en schuimen) Aangezien er vooral veel PFAS aanwezig zijn in textiel en papier kunnen locaties waar papier en textiel gerecycled worden ook potentile bronlocaties zijn. Ook autosloperijen kunnen hieronder vallen. 3.5.5 Grondverwerking, - verzet en - stort Locaties voor het verwerken, storten, opslaan en hergebruiken van met PFAS verontreinigde grond en slib zijn ook potentile bronlocaties voor verontreiniging. 3.5.6 Container-reinigingsbedrijven- vatenspoelers/cleaning - tankauto'safvaltransportbedrijven Bedrijven die containers en tankauto's schoonmaken zijn ook een mogelijke bron van PFAS-verontreiniging. Dit blijkt onder andere uit een onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) (24) en een onderzoek bij een vatenspoeler (25). 22 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 4 Lijst met risico-activiteiten cfr Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar PFAS kan vrijkomen in het milieu 4.1 Werkwijze voor het bepalen van de noodzaak tot analyse van PFAS Waar mogelijk werden de activiteiten waarbij PFAS kunnen vrijkomen gekoppeld aan de van toepassing zijnde rubriek volgens de lijst met de risicoactiviteiten volgens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3/09/2020 tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van risicovolle activiteiten, zoals gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 2015. Een samenvattend overzicht is opgenomen in tabel 1. Activiteiten die niet aan een ingedeelde inrichting konden worden gekoppeld worden aangeduid in tabel 1 als "andere activiteiten". Vaak dienen de gekoppelde rubrieken genuanceerd te worden, en werd/wordt niet ter hoogte van alle sites onder een bepaalde rubriek PFAS gebruikt. Sommige "PFAS-verdachte"- rubrieken zijn immers heel breed en omvatten zeer diverse activiteiten, bijvoorbeeld: Opslag van gevaarlijke producten is enkel relevant indien er PFAS of PFAS-houdende gevaarlijke producten werden opgeslagen Voor rubriek 208 zijn PFAS enkel verdachte stoffen indien er in de inrichting PFAS, fluorpolymeren, kunststof met fluor en fluorrubbers worden geproduceerd, en niet bij alle chemische inrichtingen). Meer details over op welke specifieke manier PFAS werden gebruikt, welke periode, hoeveelheden en welke stoffen zijn opgenomen in het overzicht in bijlage 1 en 2. Het is steeds de taak van de bodemdeskundige om tijdens het historisch onderzoek na te gaan of het het waarschijnlijk is dat PFAS effectief een verdachte stof zijn. Hierbij dient te worden gekeken naar de type activiteiten en periode zoals gespecifieerd in bijlage 1 en 2. Zo is het bvb onwaarschijnlijk om op een voormalige scheepswerf, waarvan de activiteiten voor 1960 werden stopgezet, PFAS aan te treffen als gevolg van de scheepswerfactiviteiten. De werkwijze om te bepalen of er een noodzaak tot analyse van PFAS is in een verkennend onderzoek, kan worden samengevat in 3 stappen: 1) historisch onderzoek 2) nakijken lijst met risico-activiteiten waar PFAS kan vrijkomen: tabel 1 en bijlage 1 en 2 3) als geen of een zeer klein risico op aanwezigheid van PFAS: - geen PFAS analyses verplicht in VBO - wel bij gedetailleerd onderzoek Daarnaast werden een aantal beleidsmatige keuzes gemaakt bij het opmaken van tabel 1 en bijlage 1 en 2: 23 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Indien voor een bepaalde rubriek een subrubiek A en B gedefinieerd is op de lijst met ingedeelde inrichtingen werd enkel subrubriek B weerhouden. De kleinere inrichtingen met subrubriek A worden momenteel ook niet verplicht onderzocht met een verkennend bodemonderzoek voor andere verdachte stoffen. Deze logica werd aangehouden voor PFAS. Rubrieken 47,48 en 49 (m.b.t. niet gevaarlijke afvalstoffen) werden niet weerhouden, hoewel PFAS ook in ongevaarlijke gebruiksvoorwerpen worden verwerkt. De kans dat deze afvalstoffen significante bodemverontreiniging zouden veroorzaken wordt beleidsmatig echter als zeer klein ingeschat. Gezien het gebruik van PFAS in smeerolin, autowax, en textiel in auto's zouden ook autowasserijen (rubrieken 12A en 12B) als PFAS-verdachte activiteiten kunnen worden beschouwd. Deze activiteiten zijn echter sinds 2009 niet meer opgenomen op de lijst met risico-activiteiten voor bodem, omdat in geen van de uitgevoerde bodemonderzoeken verontreiniging werd aangetroffen. Een onderzoek enkel omwille van PFAS is niet noodzakelijk, rubrieken 12A en 12B werden daarom niet weerhouden. Ook het gebruik van pesticides wordt in bepaalde studies vermeld als mogelijk bron van PFAS in het milieu. Dit is echter geen ingedeelde inrichting, maar eerder een diffuus probleem, waardoor dit niet werd opgenomen in deze studie. 4.2 Inschatting kans op bodemverontreiniging Voor de inschatting van de kans op bodemverontreiniging werd in voorliggende studie rekening gehouden met de hoeveelheid PFAS (grootteorde) die mogelijk werd gebruikt bij deze activiteit en met de manier waarop. Hierbij worden een aantal klassen gedefinieerd. De indeling in klassen is een leidraad - de specifieke hoeveelheden, stoffen, manier van gebruiken en bodembeschermende maatregelen kan echter variren van site tot site. Een deskundige dient deze gegevens steeds te verifiren bij uitvoering van de voorstudie. In de praktijk is het niet eenvoudig om de hoeveelheid gebruikt product te achterhalen: - In veel gevallen staan PFAS niet op het veiligheidsblad en/of productcertificaat. - Ook verschillen bedrijven in omvang waardoor de gebruikte hoeveelheden PFAS dus binnen een bedrijfstak per bedrijf verschillen De inschatting van de hoeveelheden is daarom gebaseerd op diverse studies uit binnen- en buitenland (26) en resultaten uit een eerder onderzoek naar PFAS verdachte locaties (25) in combinatie met expert judgement: - Het gaat hier om een indicatie van de gemiddelde hoeveelheid, die in de betreffende bedrijfstakken bij een gemiddeld bedrijf gebruikelijk is. - Bij de inschatting van de hoeveelheid PFAS wordt geen onderscheid gemaakt in de soort PFAS. Dit varieerde vaak in de tijd, vaak zal in het verleden PFOS of PFOA gebruikt zijn terwijl deze stoffen later zijn vervangen door andere PFAS-verbindingen. De gebruikte hoeveelheden PFAS zijn als volgt in klassen onderverdeeld: - Zeer klein: grootteorde tientallen kg. - Klein: grootteorde honderden kg. - Groot: grootteorde duizenden kg. - Zeer groot: grootteorde meer dan 10.000 kg. Voor het type gebruik onderscheiden we volgende klassen: - Gesloten proces: een proces met niet of nauwelijks kans op emissie naar het bodemsysteem 24 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 - Halfopen (of gesloten maar wel met emissie naar lucht en/of water) proces: er is (deels) sprake van bodembeschermende voorzieningen, maar is er wel kans dat de verontreiniging het bodemsysteem bereikt of waren de bodembeschermende voorzieningen in het verleden niet aanwezig. - Open systeem: Er zijn geen bodembeschermende voorzieningen aanwezig, zoals bijvoorbeeld op (oude) brandweer oefenplaatsen. 25 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 4.3 Samenvattende tabel PFAS-verdachte activiteiten Tabel 4-1: Samenvatting PFAS-verdachte activiteiten en inschatting kans op bodemverontreiniging Activiteit Rubriek ingedeelde Hoeveelheid inrichting PFAS-producerende industrie PFAS verwerkende industrie PFAS-productie Productie gefluoreerde polymeren, fluorpolymeren, kunststof met fluor en fluorrubbers (vb. teflon) 208, 130 93B, 208 Zeer groot Groot tot Zeer groot Productie van brandblusschuim 130 Galvanische industrie 97A, 97B, 97 C Textielindustrie (inclusief leer, 145 meubels en tapijten) Papier- en verpakkingsindustrie 109B, 228, 229 Lak- en verf productie Fabricage van cosmetica en reinigingsmiddelen Hydraulische vloeistoffen en smeermiddelen Gebruik van PFAS houdende producten Elektronische industrie Halfgeleiderindustrie - printplaatproductie Foto-industrie Drukkerijen (Auto)spuiterijen Bedrijven die gebruik maken van mallen Glastuinbouw Gebruik van PFAS houdende producten (Jacht)havens Kleding/chemische wasserijen 155B 126 B (cosmetica) Schoonmaakmiddelen:130, 208 Onderhoudsmiddelen: 130, 208 Vliegtuigen: 165 productie smeermiddelen: 130 Andere activiteiten Andere activiteiten 114* 82B 138B Andere activiteiten Andere activiteiten Andere activiteiten Droogkuis?105 B Zeer groot Zeer klein tot klein Klein tot groot Klein, mogelijk groot in gemporteerd of gerecycleerd materiaal en slib Zeer klein tot klein Zeer klein Klein Groot Klein Zeer klein Zeer klein Zeer klein Zeer klein Zeer klein Zeer klein Zeer klein tot groot Zeer klein tot klein Zeer klein tot klein Scheepswerven 165 Klein tot groot Winning aardolie/aardgas Nvt 26 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 Zeer klein tot Klein Open of gesloten systeem Bijkomend overwegingen Gesloten, maar met emissies naar lucht en water en kans op incidenten Gesloten of Halfopen (i.v.m. het testen op locatie) Zover bekend, niet aanwezig in Brussel Locaties gekend met ernstige bodemverontreiniging (in NL) Halfopen (i.v.m. het testen op locatie) Nu gesloten, vroeger halfopen Gesloten maar met emissies naar lucht en water Gesloten maar met emissies naar lucht en water Gesloten Gesloten Gesloten Locaties gekend met ernstige bodemverontreiniging (in NL) Enkele gevallen van ernstige verontreiniging gekend in Duitsland Afhankelijk van het type textiel dat gemaakt wordt. Ook voor bewerking/ water en vuilafstotend maken van leer Op basis van de resultaten uit (Jans & Berbee, 2020) wordt de kans bij gerecycled papier op groot ingeschat. Mogelijk grote bron voor water en waterbodem / / Inschatting kans bodemverontreiniging Zeer groot Zeer groot bij productie gefluoreerde polymeren en fluorpolymeren Groot bij gebruik van gefluoreerde polymeren (vb. teflonverwerking) Klein bij gebruik fluorpolymeren Zeer groot Klein bij nieuwe locaties Groot bij oude locaties Klein voor regulier textiel Groot voor textiel dat water en vuilafstotend gemaakt is. Groot voor locaties waar gerecycled papier wordt gebruikt. Zeer klein Zeer klein Zeer klein Gesloten Gesloten / Klein Klein Gesloten / Zeer klein Gesloten / Zeer klein Gesloten / Zeer klein Gesloten Toegepast in sommige inkten Zeer klein Gesloten / Gesloten / Zeer klein Zeer klein Open, niet altijd bodembeschermende maatregelen Open, niet altijd bodembeschermende maatregelen Gesloten Waarschijnlijk eerder diffuse verontreiniging dan puntbron. Risico op ernstige verontreiniging lijkt beperkt. Mogelijk wel probleem voor waterbodem / Klein Zeer klein tot klein Mogelijk wasserijen van bv ziekenhuizen. Zeer klein Niet bij klassieke droogkuis. Halfopen, niet altijd bodembeschermende voorzieningen Open Waarschijnlijk eerder een Probleem voor waterbodem, wordt waarschijnlijk gewerkt met vrije PFAS. Nvt in Brussel Klein voor kleinere scheepswerven Groot voor grote scheepswerven Gebruik en opslag brandblusschuimen Militaire oefenplaatsen en vliegvelden Vliegvelden (burgerluchtvaart) Brandblusser, bij calamiteit Andere activiteiten 160A*, 160B*, 121B, 121C,121D Andere activiteiten: 160A*, 160B*, 121B, 121C Incident* Brandweeroefenplaatsen - ook industrie Andere activiteiten, 121B, 121C Zeer groot Zeer groot Klein Klein tot groot Groothandels brandblusschuim - met demonstratie ruimte Andere activiteiten, 121B, 121C Zeer groot Open, niet altijd Locaties in NL bekend met ernstige bodembeschermende voorzieningen bodemverontreiniging. Zeer groot Open, niet altijd bodembeschermende voorzieningen Zeer groot Open, niet altijd bodembeschermende voorzieningen Open, niet altijd bodembeschermende voorzieningen Open, niet altijd bodembeschermende voorzieningen Uit onderzoek blijkt dat bij eenmalig gebruik de kans op ernstige bodemverontreiniging beperkt blijft. Afhankelijk van het feit of altijd op dezelfde plaats wordt geoefend. Als er op verschillende plaatsen wordt geoefend is het waarschijnlijk een diffuus probleem. / Beperkt voor kleine tot gemiddelde branden Groot voor grote (industrile) branden. Zeer groot als altijd op dezelfde plek wordt geoefend. Groot als er op verschillende plekken wordt geoefend. Zeer groot Afvalverwerking Afvalverbrandingsinstallaties Stortplaatsen 50*,216*, 219* 215, 218 Klein tot groot Zeer klein tot groot Waterzuiveringsinstallaties 56A, 56B, 221 Zeer klein tot klein Accidentele lozingen van PFAS_houdend water (vb Bemalingswerken in nabijheid van PFAS verontreiniging, lozingen aan brandweeroefenplaatsen,..) Afvalinzamelaars- en verwerkers, recyclagebedrijven Autosloperijen Grondverwerking, - verzet en stort Incident* 214, 45-1B, 45-3A en 45-3B, 46, 217, 121B, 121 C, 51B, 161 -(steeds in combinatie met 45) depollutiecentrum voor afgedankte voertuigen 22.1, 22.2, 22.3A, 22.3B Afhankelijk van de situatie Klein tot groot Klein tot groot Containerreingingsbedrijven/ 33 vatenspoelers/ cleaning/ tankauto's/ afvaltransportbedrijven Klein tot groot Gesloten met emissie naar lucht Open, niet altijd bodembeschermende voorzieningen Er is mogelijk emissie naar de lucht maar onderzoeken in NL laten geen ernstige gevallen van bodemverontreiniging zien. Vooral groot voor voormalige stortplaatsen, in gebruik na 1970 met olieachtige stoffen, huidige stortplaatsen hebben goede bodem beschermende voorzieningen Klein Beperkt voor huidige stortplaatsen Groot voor voormalige stortplaatsen (vooral met bedrijfsafval), actief na 1970 Gesloten Open Stortplaatsen van voor 1970 zijn niet verdacht. Naar verwachting geen probleem op het terrein zelf, wel een (diffuus?) probleem voor het watersysteem Naar verwachting geen probleem op het terrein zelf, wel een (diffuus?) probleem voor het watersysteem Zeer klein Klein voor kleine lozingen, groot voor grote incidenten Deels open Over het algemeen gesloten, maar niet altijd bodembeschermende voorzieningen Afhankelijk van de te recyclen producten, waarschijnlijk beperkt aangezien er geen vrije PFAS worden gebruikt Klein voor verwerkers huishoudelijk afval Groot voor verwerkers gevaarlijke afval (met name olie en schuimen) Open, niet altijd bodembeschermende voorzieningen Enkel bij het verwerken, storten en verzetten van met PFAS verontreinigde grond Niet altijd bodem-beschermende voorzieningen Gebaseerd op een onderzochte locatie (vatenspoeler) in NL en ILT-rapport over afvaltransport wordt de kans groot geacht Klein Groot * deze rubriek is niet opgenomen op de lijst van de risicoactiviteiten volgens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3/09/2020 tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van risicovolle activiteiten, zoals gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 2015 27 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 5 Normering PFAS Momenteel zijn geen normen beschikbaar voor de aanwezigheid van PFAS in het Brussels Hoofdstedelijk gewest. In verschillende andere regio's en landen zijn wel reeds normen beschikbaar voor verschillende media. In de tabel in bijlage 3 en 4 wordt een overzicht gegeven van deze normen. Meer details over de meest relevante normen worden in onderstaande paragrafen toegelicht. 5.1 EU-normering Voor het berekenen van normen voor PFAS in grond en grondwater wordt, vaak gesteund op normering voor drinkwater en voedsel. In de Europese regelgeving werden hiervoor grenswaarden bepaald. Ook de Amerikaanse referentiedossissen van de EPA worden vaak gebruikt voor het bepalen van normen. 5.1.1 Drinkwaterrichtlijn De drinkwaterrichtlijn van de Europese unie leg een limiet op van 0,5 g/l voor alle PFAS samen in drinkwater. Daarnaast is er een bijkomende limiet van 0,1 g/l voor de som van volgende 20 individuele PFAS: PFBA, PFPA, PFHxA, PFHpA, PFOA, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFDoDA, PFTrDA, PFBS, PFPS, PFHxS, PFHpS, PFOS, PFNS, PFDS, PFUnDS, PFDoDS, PFTrDS. 5.1.2 EFSA (European Food and Safety Authority) In september 2020 publiceerde de EFSA nieuwe gezondheidskundige grenswaarden (GGW) voor PFOA, PFOS, PFNA, en PFHxS. Er werden een tolereerbare wekelijkse inname (TWI) van 4.4 ng/ kg lichaamsgewicht vastgelegd voor deze 4 stoffen samen. (27) 5.2 USA - EPA Het EPA van de Verenigde Staten berekende in 2016 referentie dosissen voor PFOS en PFOA. In oktober 2021 werden eveneens referentiedosissen bepaald voor GenX en PFBS. (28) PFAS GenX (2021) PFBS (2021) PFOA (2016) PFOS (2016) Chronische referentiedosis (mg/kg dag) 0.000003 0.003 0.00002 0.00002 De USEPA bepaalde in 2016 een norm voor PFOS en PFOA in drinkwater van 70 ng/l. in het voorjaar van 2022 worden ook normen voor PFBS en GenX verwacht. De toxiciteitsdata voor PFOS en PFOA worden ook herbekeken. (28) Daarnaast werden regionale screeninglevels berekend (2021) voor grond- en drinkwater. Deze bedragen 400 ng/l voor PFOS en PFOA en 6000 ng/l voor PFBS. (29) Een aantal staten definieerden vervolgens "screening levels", "groundwater cleaning levels", "response levels" etc (terminologie varieert per staat) die hierop zijn gebaseerd. Volgende staten hanteren 70 ng/l als norm voor grondwater: Alaska, Colorado, Conneticut, delaware, Florida, Iowa, Montana, Pennsylvania Aan aantal staten wijken hiervan af en gebruiken strengere of minder strenge normen. Het overzicht kan geraadpleegd worden in bijlage 4. Voor grond definieerde de US-EPA eveneens regionale screeningswaarden. Er werden waarden bepaald uitgaande van de bescherming van grond en oppervlaktewater en uitgaande van humane gezondheid: 28 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 PFOA PFOS PFBS Soil screening levels for groundwater and surface water protection (g/kg) 6.1 0.378 1.94 Human health soit screening level (g/kg) 1260 1260 19 In de verschillende staten worden andere waarden gehanteerd een overzicht is opgenomen in bijlage 4. 5.3 Normering OVAM (Vlaanderen) VITO heeft in 2021 in opdracht van OVAM een voorstel voor bodemsaneringsnormen voor PFOS en PFOA uitgewerkt. Deze waarden kunnen als toetsingswaarden worden gebruikt bij het beoordelen van bodemverontreinigingen. Bij het bepalen van deze normen werd rekening gehouden met het humaan en ecologisch risico. (30) Voor het humaan risico werd gebruik gemaakt van het blootstellingsmodel S-risk. Voor de onderbouwing van bodemsaneringsnormen voor het deel toxicologie werd gebruik gemaakt van een gezondheidskundig toetsingskader voor PFOS en PFAS van 20 ng/kg/lichaamsgewicht/dag (US EPA, 2016). Er werden toetsingswaarden richtwaarde afgeleid voor PFOS en PFOA, en verschillende toetsingswaarden bodemsaneringsnorm voor dezelfde parameters afhankelijk van het landgebruik (natuur, landbouw, wonen, recreatie en industrie). (30) In het tweede rapport van de opdrachthouder voor aanpak van de PFAS-problematiek aangesteld door de Vlaamse Regering (dd.25/03/2022) wordt voorgesteld om deze normen verder te verstrengen (blauw -- voorstel tot verstrenging) Bestemmingstype 1/II (natuur/landbouw) III (wonen) Grond (g/kg ds IV (recreatie) V (industrie) PFOS 3.8 3.8*/18 PFOA 4.3 4.3*/89 643 643 * Woonzone met moestuinen/kippen van vrije uitloop Ook de grondwaternormen (nu 120ng/I voor PFOS en PFOA) zouden worden aangepast conform de Europese drinkwaterrichtlijn (100 ng/ I voor de som van 20 PFAS en 500 ng/I voor de som van alle PFAS -- paragraaf 5.1.1). In het vaste deel van de aarde wordt een richtwaarde van 8 g/kg ds gehanteerd voor de som van de PFAS. Het betreft de som van 31 kwantitatief te bepalen PFAS-componenten zoals opgenomen in de ontwerpversie van de CMA dd. November 2021 (van toepassing sinds 1/1/2022). Daarnaast werden ook streefwaarden bepaald d.m.v. analyse van 50 onverdachte stalen uit de toplaag (0-20 cm) van Vlaamse bodems. Voor de meeste PFAS (met uitzondering van PFBA, PFOA en PFOS) ligt het merendeel van de analyses onder of rond de kwantificatielimiet (bepalingsgrens). Dit wijst erop dat de werkelijke achtergrondwaarden lager liggen. Daarom werden enkel voor PFBA, PFOA en PFOS-streefwaarden (achtergrondwaarden) voorgesteld. (31) In het tweede rapport van de opdrachthouder voor aanpak van de PFAS-problematiek aangesteld door de Vlaamse Regering (dd.25/03/2022) wordt voorgesteld om deze normen verder te verstrengen 5.4 Normering Walloni In Walloni wordt gebruik gemaakt van een database met informatie over niet genormeerde parameters (base de donnes des polluant non norms). De database bevat grenswaarden voor deze parameters en uitleg omtrent hoe deze werden bepaald. PFOS en PFOA zijn opgenomen in de database (v5). (32) Deze gegevens laten toe 2 screening levels voor grond te berekenen: 29 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Een grenswaarde voor de humane gezondheid berekend met S-risk (VL-H) Een grenswaarde voor uitloging naar het grondwater (VL_N) Met de gegevens kunnen ook grondwaterscreening levels berekend worden: Een grenswaarde voor de humane gezondheid, gelijkaardig aan drinkwatercriteria (VL_nappe) Een tweede grenswaarde ivm humane gezondheid die de vluchtigheid van een component in het grondwater in rekening brengt (VL_nappe_volatilisation) VL-H (g/kg ds) Recreatie (buiten) Recreatie binnen Weerhouden Recreatie Landbouw Wonen PFOS 672 25650 672 5.12 8.09 PFOA 71.18 5.703 5.905 928 71.18 Industrie - licht Industrie - zwaar Weerhouden industrie 5599 11850 5599 72.87 72.87 473.4 VL-N (g/kg ds) VL-nappe (ng/l) VL_nappe_volatilisation (ng/l) 2.56 12 45230 0.7008 18 106 Deze waarden gelden niet als normen maar kunnen worden gehanteerd in een risico-evaluatie. Ze zijn gebaseerd op de referentiedosissen van de US-EPA dd. 2016 Op korte termijn zou er een nieuwe versie van de database worden gepubliceerd, mogelijk met meer informatie over PFAS. Verder wordt er ook nog verwezen naar de drinkwaterrichtlijn van de EU (zie paragraaf 5.1), gebaseerd hierop zou ten laatst op 12/01/2026 een norm van 100 ng/l gedefinieerd worden voor de som van volgende 10 stoffen in grondwater: PFHxA, PFHpA, PFOA, PFHxS, PFOS, PFBS, PFDA, PFNA, PFPeA en PFBA (33) (32). Voor normen in grond zou in 2022 een studie worden uitgevoerd. (32). Grondverzet Gronden afkomstig uit PFAS verdachte zones moeten in Walloni worden geanalyseerd op PFOS en PFOA. Om de gronden te mogen hergebruiken voor alle types landgebruik moet deze voldoen aan een norm van 2.1 g/kg voor PFOS en 0.6 g/kg voor PFOA. Dit komt overeen met 80% van de hierboven vermelde VL-N. (34) 5.5 Normering RIVM (Nederland) 5.5.1 INEV-waarden en normen uit tijdelijk handelingskader Het RIVM publiceerde zogenaamde indicatie niveaus voor ernstige verontreiniging (INEV) voor PFOS, PFOA en GenX. Deze fungeerden als voorlopige interventiewaarden. Daarnaast werden in een tijdelijk handelingskader ook normen bepaald voor het hergebruik van gronden. (35) In 2021 werden nieuwe berekeningen uitgevoerd voor het bepalen van risicogrenzen gebaseerd op de meest recente normen van de EFSA. Hierdoor zijn de INEV's en normen uit het tijdelijke handelingskader intussen achterhaald. 5.5.2 Risicogrenzen Op 6 juli 2021 heeft het RIVM nieuwe risicogrenzen voor PFAS in grond en grondwater gepubliceerd. Deze risicogrenzen kunnen gebruikt worden voor de onderbouwing van maximale waarden bij grondverzet en voor de onderbouwing van interventiewaarden. 30 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 De risicogrenzen zijn dus nog geen normen, de bevoegde overheid kan op basis van deze risicogrenzen normen vastleggen maar kan hierbij ook andere zaken in overweging nemen. Risicogrenzen voor onderbouwing interventie waarden Voor bodem en grondwater berekent het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) risicogrenzen door na te gaan wat de hoeveelheid is van een stof die iemand binnenkrijgt vanuit bodem en grondwater. Bijvoorbeeld door het eten van groenten uit eigen tuin of wanneer kinderen spelen in grond. Deze nieuwe risicogrenzen voor de mens worden gebruikt voor de onderbouwing van normen voor bodem en grondwater. Daarbij worden ook andere waarden gebruikt, zoals achtergrondwaarden en risicogrenzen voor het ecosysteem. Voor het bepalen van de risicogrenzen werd vertrokken van de nieuwe gezondheidskundige grenswaarden (GWW) dd. 2020 van de EFSA. Er werden waarden berekend voor PFOS, PFOA en GenX. De nieuwe gezondheidskundige grenswaarde van het EFSA geldt voor het mengsel van vier PFAS. PFOS, PFOA, PFHxS en PFNA. De EFSA geeft daarbij niet aan of en hoe deze vier PFAS ten opzichte van elkaar gewogen dienen te worden, het RIVM maakte hiervoor gebruik van zogenaamde relative potency factors (RPF's). Deze humane risicogrenzen zijn alleen van toepassing als n van de stoffen PFOS, PFOA of GenX wordt aangetroffen in bodem of grondwater. Wanneer mengsels van PFAS worden beoordeeld, dient uitgegaan te worden van concentratie-additie. Daarbij wordt een risicoindex berekend als de som van de quotinten van concentraties en risicogrenzen. De blootstelling uit bodem of grondwater voldoet aan de GGW bij een risicoindex lager dan 1 (36) De gezondheidskundige waarde voor PFOS, PFOA en GenX, berekend op basis van de RPF werden vervolgen omgerekend naar een concentratie in de bodem met het humane blootstellingsmodel CSOIL. Dit model gebruikt stofeigenschappen en blootstellingsroutes om grenswaarden te berekenen. Daarnaast werden eveneens ecologische risicogrenzen bepaald. Hierbij werd een onderscheid gemaakt tussen directe ecotoxiciteit en indirect ecotoxiciteit op basis van doorvergiftiging. Er werd gekeken naar de HC5 en HC50 Het eerste type risicogrens heeft betrekking op directe blootstelling van bodemorganismen aan PFAS in de bodem. Het tweede type risicogrens geeft aan bij welke concentratie in de bodem effecten op hogere organismen in de voedselketen, zoals mollen en roofvogels, kunnen optreden In grondwater wordt alleen directe ecotoxiciteit beschouwd. Voor GenX kon uitsluitend een risicogrens op basis van doorvergiftiging worden bepaald. De verwachting is dat de directe ecotoxiciteit van GenX relatief gering is. (36) Voor bepaling van de uiteindelijke risicogrenzen werden uit de humane grenswaarden en ecologische grenswaarden de laagste waarden geselecteerd. De humane grenswaarden bleken bepalend. (36) Risicogrenzen maximale waarde bij grondverzet Op basis van de risicogrenzen ter onderbouwing van de maximale waarden kan het Ministerie van I en W normen voor hergebruik van grond en bagger vaststellen. Deze risicogrenzen voor hergebruik van grond werden enkel voor PFOS en PFOA berekend. (37) Als bodem voldoet aan de Maximale Waarden dan betekent dit dat zij duurzaam geschikt is voor de beoogde bodemfunctie Bij de onderbouwing van Maximale Waarden wordt ook rekening gehouden met blootstelling uit andere bronnen. Op basis van al wat oudere schattingen van blootstelling uit voedsel kan geconcludeerd worden dat de achtergrondblootstelling uit voedsel, inclusief drinkwater, destijds waarschijnlijk in de ordegrootte van de nieuwe TDI (Toelaatbare Dagelijkse Inname) lag. Bovendien concludeert EFSA dat veel mensen al tot boven de gezondheidskundige grenswaarde voor inname zijn blootgesteld als gevolg van de gecombineerde blootstelling aan PFAS via voedsel (inclusief drinkwater). (37) Voor de afleiding van de nieuwe humane risicogrenzen wordt daarom uitgegaan van de aanname dat de achtergrondblootstelling minstens de helft van de TDI bedraagt. Dit komt neer op de maximale achtergrondblootstelling (50% van de TDI) waarmee gerekend wordt voor de afleiding van humane risicogrenzen. 31 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Deze gezondheidskundige grenswaarde (50% TDI) werd opnieuw via het blootstellingsmodel CSOIL omgerekend naar concentraties in de bodem in woongebied en industrie Voor mengsels van PFAS dient ook hier rekening te worden gehouden met combinatietoxiciteit. Ecologische waarden werden op gelijkaardige manier bepaald als voor de risicogrenzen ter onderbouwing van de interventiewaarden. Voor wonen en industrie werd de laagste waarde voor humane en ecologische grenswaarde geselecteerd als uiteindelijke grenswaarde. Voor het bepalen van de risicogrenzen in landbouw en natuurgebied werd gebruikt gemaakt van de achtergrondwaarden die in 2020 werden bepaald o.b.v. onderzoek op 100 locaties in landelijke gebied. Voor geen van de bepaalde grenswaarden werd uitloging in rekening gebracht. (37) Relative Potency Factors Om te kunnen beoordelen of andere PFAS mogelijk een risico vormen heeft het RIVM de Relative Potency Factors (RPF) berekend voor ongeveer 20 PFAS. Met deze RPF's kunnen de risicogrenzen voor een aantal PFAS in de bodem berekend worden op basis van de relatieve toxiciteit van de individuele verbindingen ten opzichte van PFOA. (38) * In Bil et al. (2021) (39) is de RPF afgeleid als interval op basis van read-across. 5.6 Duitsland In Duitsland zijn er normen bepaald die gelden voor zowel drink- als grondwater. Voor 7 parameters werd in 2017 een "TW" afgeleid (Trinkwasser-Leitwert): voor deze parameters zijn er voldoende toxiciteitsgegevens beschikbaar en heeft men zowel het humaantoxicologische als ecotoxicologische grenswaarde bepaald. De strengste van deze beide grenswaarde werd weerhouden als TW. Voor deze 7 parameters lag de humaantoxicologische grenswaarde veel lager dan de ecotoxicologische grenswaarde. 32 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 Merk op dat verschillende van deze normen voor drinkwater bepaald in 2018 in Duitsland hoger zijn dan de norm zoals bepaald in de drinkwaterrichtlijn in 2020 door de EU. Voor 6 bijkomende parameters werd een "GOW" (Gesundheitlicher Orientierungswert") bepaald. Voor deze parameters is onvoldoende toxicologische data beschikbaar om een "TW" af te leiden volgens de methodiek opgenomen in de drinkwaterrichtlijn. De GOW wordt afgeleid op basis van de door het Duitse Federaal Milieuagentschap ontwikkelde methode voor de beoordeling van humaantoxicologische risico's voor stoffen die niet of slechts gedeeltelijk kunnen worden beoordeeld vanuit het oogpunt van de menselijke toxicologie. Tabel 5-1: samenvatting normering PFAS Duitsland TW ng/l PFOS 100 PFOA 100 6:2 FTS PFOSA PFPA 10000 PFHxA 6000 PFHpA PFNA 60 PFDA PFBS 6000 PFHxS 100 PFHpS GOW ng/l 100 100 3000 300 100 300 Voor grond zijn er in geen grenswaarden bepaald. Voor grondstalen wordt een eluaat aangemaakt en geanalyseerd. De resultaten worden getoetst aan de hierboven vermelde TW en GOW. 33 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 5.7 ITRC Op de site van het ITRC kan een uitgebreide lijst aan normen voor PFAS in grond en grondwater, drinkwater, oppervlaktewater en afvalwater worden gedownload (29). Het bestand normen bepaalde door de EPA, individuele Amerikaanse staten, Australi, Canada en West-Europese landen. Referenties en verwachte wijzigingen worden eveneens opgenomen n het bestand. Deze dataset wordt maandelijks bijgewerkt: https://pfas-1.itrcweb.org/fact-sheets/ Dit overzicht bevat normen voor volgende Europese landen: Grondwater: Denemarken, Itali, Noorwegen, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Nederland (INEV-waarden) Grond: Denemarken, Noorwegen en Nederland De normen zijn in grote lijnen gebaseerd op blootstellingsberekeningen en normen voor drinkwater. De meeste dateren van voor de publicatie van de TWI door de EFSA. Het document bevat daarnaast ook nog normen voor Australi, Canada en verschillende staten van de VS (zie ook paragraaf 5.2) 5.8 Voorstel sanerings- en interventienormen Interventienormen zijn concentraties van verontreinigende stoffen in de bodem en in het grondwater waarboven de risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu als niet te verwaarlozen worden beschouwd en een behandeling van de verontreiniging vereist is. Concreet zijn dit normen boven dewelke een gedetailleerd onderzoek moet worden uitgevoerd indien een bodem de saneringsnormen niet naleefde (of geacht werd deze niet na te leven). Saneringsnormen zijn concentraties van verontreinigende stoffen in de bodem en in het grondwater waaronder de risico's voor de volksgezondheid en het milieu als nihil worden beschouwd en de bodem al zijn functies kan vervullen. Concreet zijn dit normen boven dewelke een gedetailleerd onderzoek moet worden uitgevoerd indien een bodem de saneringsnormen naleefde (of geacht werd deze na te leven) In de "code van goede praktijk: onderzoek en behandeling van PFAS" van leefmilieu Brussel worden sanerings- en interventienormen voor PFOS en PFOA voorgesteld op basis van de Vlaamse toetsingswaarden richtwaarde en toetsingswaarden bodemsaneringsnorm. In vergelijking met de normen geldig in andere regio's en landen lijken dit effectief waarden van gemiddelde grootteorde en bijgevolg geschikt voor een voorlopige evaluatie. Gezien de recente strengere gezondheidskundige grenswaarde bepaald door de EFSA en gezien de referentie dosissen van de EPA ook in herziening zijn, is het mogelijk dat vele normen in de nabije toekomst zullen worden bijgesteld en mogelijk strenger worden. 5.9 Aanbevelingen lozingsnormen PFAS In Vlaanderen zijn enkele PFAS opgenomen in het VLAREM, als lozingsnorm wordt de rapportagegrens genomen zoals bepaald in het huidige WAC. Dit is een basistabel, de exacte componenten dienen sitespecifiek bekeken te worden. Parameter Perfluorpentaanzuur (PFPA) Perfluorhexaanzuur (PFHxA) Perfluorheptaanzuur (FHpA) Perfluoroctaanzuur (PFOA) Perfluornonaanzuur (PFNA) Perfluordecaanzuur (PFDA) Rapportagegrens 100 ng/l 100 ng/l 100 ng/l 100 ng/l 100 ng/l 100 ng/l Meetonzekerheid 50% 50% 50% 50% 50% 50% Referentiemethode WAC/IV/A/025 WAC/IV/A/025 WAC/IV/A/025 WAC/IV/A/025 WAC/IV/A/025 WAC/IV/A/025 34 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 Perfluorundecaanzuur 100 ng/l 50% (PFUnDA) Perfluordodecaanzuur 100 ng/l 50% (PFDoDA) Perfluorbutaansulfonaat 100 ng/l 50% (PFBS) Perfluorhexaansulfonaat 100 ng/l 50% (PFHxS) Perfluoroctaansulfonaat 100 ng/l 50% (PFOS) Perfluoroctaansulfonamide 100 ng/l 50% (PFOSA) WAC/IV/A/025 WAC/IV/A/025 WAC/IV/A/025 WAC/IV/A/025 WAC/IV/A/025 WAC/IV/A/025 Er is reeds een nieuwe ontwerpversie van het WAC beschikbaar (dd. November 2021) waar de rapportagegrens verlaagd wordt naar 20 ng/l. Er zal echter eerst een studie worden uitgevoerd om na te gaan of deze grens haalbaar is. In het tweede rapport van de opdrachthouder voor aanpak van de PFAS-problematiek aangesteld door de Vlaamse Regering (dd.25/03/2022) wordt vermeld dat in afwachting van de afronding van deze studie, voor het opstellen van vergunningsvoorwaarden locatiespecifiek een inschatting kan gemaakt worden van toepasbare technieken op basis van het BBT-principe. Hierin wordt gevalueerd welke techniek de beste bescherming van het milieu biedt (rekening houdend met alle compartimenten) en technisch haalbaar en betaalbaar is voor de betrokken sector of situatie. Voor lozing van bedrijfsafvalwater dienen er bijzondere lozingsnormen te zijn opgenomen in de vergunning. Er is een bijstellingsprocedure opgestart voor de vergunningen van alle bedrijven met bijzondere lozingsnorren voor PFAS.. Bedoeling is enerzijds om de lozing van PFAS verder te beperken door strengere lozingsnormen op te nemen in de vergunning, maar ook de lozing te beperken in de tijd. Parallel werd een voorstel tot aanpassing van VLAREM uitgewerkt (momenteel in publieke consultatie). Dit voorstel heeft enerzijds tot doel om de algemene bepalingen inzake het lozen van gevaarlijke stoffen te verduidelijken, zodat het duidelijker is wanneer een bijzondere lozingsnorm aangevraagd moet worden. Anderzijds zullen ook de sectorale lozingsnormen voor PFAS worden geactualiseerd. Ook voor bemalingswater werd een algemeen kader voorgesteld in het 2e rapport van de opdrachthouder: Voor retourbemalingen: deze zouden worden toegelaten als: De retour gebeurt in dezelfde watervoerende laag Som PFAS 20 (totale concentratie voor 20 geselecteerde stoffen uit drinkwaterrichtlijn) lager is dan 100 ng/l Som van de kwantitatieve componenten lager is 500 ng/l Als niet voldaan is aan deze voorwaarden zou retour bemaling wel nog kunnen indien: De retour gebeurt in dezelfde watervoerende laag Retour binnen de grenzen van de betrokken ingedeelde inrichting of activiteit EN binnen de afpompingskegel van de bemaling; Som van de kwantitatieve componenten (inclusief PFOS en PFOA) is lager dan 500 ng/l Indien retourbemaling niet mogelijk is en geloosd moet worden in een waterloop of riolering geldt ook hier een lozingsnorm van 100 ng/l per stof en een groepsnorm voor PFAS van 500 ng/l. In de vergunningsprocedure kan een bijkomende risico-afweging gebeuren en kan eventueel een hogere norm worden toegestaan. In Nederland zijn er geen algemene lozingsnormen. Alle toetsingen worden bepaald via de Europese jaargemiddelde milieukwaliteitseisen voor oppervlaktewateren (voor PFOS, PFOA, GenX) en een imissietoets. Voor grondbanken en grondreinigers werd in Nederland wel een set uniforme waarden afgeleid. De afweging om de uniforme voorwaarden te gebruiken en dat er daarmee geen aanvullende zuivering nodig is, blijft wel bij het bevoegde gezag. Dit betekent dat bevoegde overheden vrij zijn om een eigen afweging te maken. PFOS, PFOA en GenX worden als gidsparameters voor alle PFAS-verbindingen gehanteerd. Parameter Maximale waarde 35 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Debiet PFOS PFOA GenX 4.000 m3 500 ng/l 500 ng/l 1.000 ng/l https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-overigesituaties/faq/welke-normen-pfas-gelden-lozen-afvalwater-vanuit/ 36 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 6 Aanvullende beleidsadviezen 6.1 Aanbevelingen bij veldwerk (boringen/grondwater) voor staalname PFAS Bij de uitvoering van het veldwerk voor PFAS staalname moet rekening gehouden worden met extra maatregelen. Zo dient de kledij en de persoonlijke beschermingsmiddelen die de veldwerkers dragen, uit materiaal te bestaan dat niet kan interfereren met de PFAS-analyse en is het gebruik van cosmetica en crmes niet toegestaan op de dag van staalname. Ook het veldwerkmateriaal en de staalnamerecipinten dienen uit het juiste materiaal te bestaan. De voornaamste richtlijnen en een checkzijn reeds opgenomen in de "code van goede praktijk: onderzoek en behandeling van PFAS" van leefmilieu Brussel. Uit de rondvraag binnen het internationale Arcadis-netwerk en de laatste richtlijnen in Vlaanderen werden nog volgende aanvullende zaken aangeraden: Indien gebruik gemaakt wordt van bestaande peilbuizen, controleer dan dat er geen onderdelen met teflon werden gebruikt. Beperkingen in regen-, veiligheids- en andere kledij zijn niet noodzakelijk als o Rechtstreeks contact met het staal wordt vermeden, o Vermeden wordt dat hemelwater via de kledij in het staal kan aflopen o De kledij niet wordt gewassen met wasverzachter. Reinigen van het materiaal is belangrijk om kruiscontaminatie te vermijden. Hierbij dient PFAS-vrij water te worden gebuikt. In Vlaanderen wordt hiervoor water van drinkwaterkwaliteit vereist. Let op met de producten gebruikt om het materiaal te reinigen: gebruik bij voorkeur methanol, isopropanol of aceton en geen detergenten of specifieke decontaminatie producten zoals Decon of Deconex. Neem een paar nieuwe nitril handschoenen voor het reinigen van materiaal, aanraken van bemonsteringsflessen of aanraken van materiaal dat niet specifiek voor PFAS-bemonstering werd gereserveerd. Materiaalblanco's zijn noodzakelijk voor elk type bemonsteringsmateriaal dat niet specifiek voor PFASbemonstering is gereserveerd. Specifiek voor grondwater: o Gebruik altijd nieuwe slangen o Gebruik "low flow sampling. Gebruik geen pulsknikker gezien deze het ingestelde evenwicht verstoord. Voor bodemstalen: o Vermijd rechtstreeks contact met het staal, ook met handschoenen. Gebruik een gereinigd hulpmiddel om het staal te nemen. o Kunststoffolie voor het uitleggen van de opgeboorde grond is enkel toegestaan als deze niet wordt beschadigd bij het vullen van de recipinten. Indien dit niet kan gegarandeerd worden, gebruik dan onbehandelde jutte. Koelelementen voor het bewaren van de stalen kunnen enkel gebruikt worden als het gaat om harde elementen die geen lekken vertonen. Flexibele elementen vertonen een grotere kans op scheuren. 6.2 Aanbevelingen voor analyse van PFAS Voor analyse van PFAS-componenten in grond- en grondwater wordt in Vlaanderen gewerkt volgens respectievelijk CMA/3/D ontwerpversie 11/2021 en WAC/IV/A025 (ontwerp februari 2022). Voor zowel grond als grondwater wordt hier een onderscheid gemaakt in kwantitatief en kwalitatief bepaalbare parameters. PFAS-parameters die worden opgenomen in de kwantitatieve lijst zijn parameters waarvan de concentratie in een bodem -, sediment- of grondwaterstaal, exact en betrouwbaar kan worden bepaald. Metingen van eenzelfde staal door verschillende laboratoria geeft dus eenzelfde resultaat, binnen de grenzen van de toegestane afwijking. 37 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Tegelijk kunnen ook PFAS-parameters worden bepaald waarvan de resultaten minder betrouwbare resultaten geven door onvoldoende detectie door adsorptie-verlies of mogelijke interferentie. Deze parameters worden dan ondergebracht in de indicatieve lijst. De resultaten van deze metingen kunnen zeker nuttig zijn in verder grootschalig onderzoek in de PFAS-problematiek. Rapportage van deze parameters wordt dus ook gevraagd in de Vlaamse bodemonderzoeken. Op basis van de resultaten van de afgelopen maanden, werden volgende aanpassingen doorgevoerd in de parameterlijst: Voor de bodem + sediment: 31 kwantitatieve parameters i.p.v. 28 (lijst tabel 1 in CMA) 9 indicatieve parameters i.p.v. 8 (lijst tabel 2 in CMA) Voor het grondwater: 30 kwantitatieve parameters i.p.v. 27 (lijst tabel 1 WAC) 13 indicatieve parameters i.p.v. 9 (lijst tabel 2 WAC) Voorts dienen ook volgende som parameters te worden gerapporteerd Som van de indicatieve PFAS-parameters Som EFSA-4:de som van de 4 parameters waarvoor de EFSA een gezondheidskundige grenswaarde heeft berekend (zie paragraaf 5.1.2) Som VMM-20: de som van de 20 parameters waarvoor de EU een norm heeft opgenomen in de drinkwaterrichtlijn (zie paragraaf 5.1.1) Deze bijkomende som-parameters zullen vooral gebruikt worden voor het opbouwen van de expertise op vlak van PFAS in de (brede) milieusector. Uit onze ervaring blijkt dat de indicatieve parameters steeds voorkomen in combinatie met de aanwezigheid van kwantitatieve parameters. Naast analyse op specifieke componenten kunnen er ook een zogenaamde TOP -analyses (Oxidizable Precursor Assay) of EOF-analyses (Extractable organice fluorine) worden uitgevoerd. Met deze analyses kan een beter zicht verkregen worden op de totale aanwezige PFAS en niet enkel de specifieke componenten waarvoor een target analyse beschikbaar is. (40). Uit een studie in Nederland blijkt bijvoorbeeld dat in gerecycleerd papier en papier van vuurwerk hoge concentraties van een PFAS-component aanwezig zijn die niet in het standaard analyse pakket gedetecteerd wordt. Dergelijke analyses zijn waardevol bij bijvoorbeeld het dimensioneren van een waterzuivering bij een bemaling. De actief koolfilter moet immers gedimensioneerd worden op de verwachte totale belading aan PFAS en niet enkel op de belading aan individueel kwantitatief te bepalen PFAS-componenten. 38 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 7 Referentielijst 1. Pancras Tessa, van Bentum ELisabeth, Slenders Hans. Kennisdocument over stofeigenschappen, gebruik, toxicologie, onderzoek en sanering van PFAS in grond en grondwater. sl : expertisecentrum PFAS, 2018. 2. OVAM. Onderzoek naar aanwezigheid van PFAS in grondwater, bodem enwaterbodem ter hoogte van risicoactiviteiten in Vlaanderen. 2018. 3. Polyfluorinated compounds: past, present and future. Lindstrom A.B., M.J. Strynar, E.L. Libelo. 45, 2011, Environ. Sci. Technol, Vol. 19, pp. 7954-7961. 4. Per- and polyfluorinated alkyl substances (PFAS) extracted from textile samples. Berger, Urs & Herzke. Dorte : sn, 2006, Organohalogen Compd, Vol. 68, pp. 2023-2026. 5. Microbial degradation of polyfluoroalkyl chemicals in the environment: a review. Liu, J., S.M. Avendao. 2013, Environment International, Vol. 61, pp. 98-114. 6. Oxidative conversion as a means of detecting precursors to perfluoroalkyl acids in urban runoff. Houtz, E.F., Sedlak, D.L. 2021, Environ. Sci. Technol, Vol. 40, p. 9342-9349. 7. Marloes Luitwieler, Hans Slenders, Arne Alphenaar, Marloes Ruis, Shakti Lieten, Jetske Vaas, Jan Willem Slaa, Inge van Putten. opkomende stoffen in bodem en ondergrond - handreiking voor decentrale overheden. Uitvoeringsprogramma Convenant Bodem en Ondergrond (2016-2020) . 2020. 8. Zeilmaker, M.J., P. Janssen, A. Versteegh, A. Van Pul, W. De Vires, B. Bokkers, S. Wuijts, A. Oomen, J. Herremans. Risicoschatting emissie PFOA voor omwonenden. Locatie: DuPont/Chemours, Dordrecht, Nederland. RIVM Briefrapport. 2016. 9. Sorption of perfluorinated surfactants on sediments. Higgins, C., R.G. Luthy. Environmental Science and Technology, Vol. 40, pp. 7251-7256. 10. Carloni, D. Perfluorooctane sulfonate (PFOS) production and use: past and current evidence. 2009. 11. ITRC. History and Use of Per- and polyfluoroalkyl substances (PFAS). 2020. 12. Beekman, M., P. Zweers, A. Muller, W. de Vries, P. Janssen, M. Zeilmaker. Evaluation of substances used in the GenX technology by Chemours, Dordrecht. RIVM. 2016. 13. KEMI. Occurrence and use of highly fluorinated substances and alternatives. Report from a government assignment; Report 7/15,. Stockholm, Sweden : sn, 2015. 14. ITRC. Aquaous film-forming Foam (AFFF). 2020. 15. Discovery of 40 classes of per- and polyfluoroalkyl substances in historical aqueous film-forming foams (AFFFs) and AFFF-impacted groundwater. Barzen-Hanson, K.A., S.C. Roberts, S. Choyke, K. Oetjen, A. McAlees, N. Ridell, R. McCrindle, P.L. Ferguson, C.P. Higgins, J.A. Field. Environmental Science and Technology, Vol. 51:4, pp. 2047-2057. 16. Brunn-Poulsen, P., Gram, L., Jensen, A. A., Rasmussen, A. A., Ravn, C., Mller, P.,Lkkegaard, K. Substitution of PFOS for use in non-decorative hard chrome plating. Danish Ministry of the Environment, Environmental Project no. 1371. 2011. 17. Seth Rojello Fernndez, Carol Kwiatkowski, Tom Bruton. Building a better world - Eliminating unnecessary PFAS in building materials. 2021 : Green science policy institute. 18. Perfluoroalkyl and polyfluoroalkyl substances in consumer products. Kotthoff, M., J. Mller, H. Jrling, M. Schlummer, D. Fiedler. 2015, Environmental Science Pollution Research, Vol. 22, pp. 14546-14559. 19. Occurrence of perfluorinated carboxylic acids (PFCAs) in personal care products and compounding agents. Fujii Y, K.H. Harada, A. Koizumi. 2013, Chemosphere, Vol. 93, pp. 538-544. 20. Hongkai Zhu, Kurunthachalam Kannan. A pilot study of per-and polyfluoroalkyl substances in automotive lubricant oils from the United States. sl : Elsevier, 2020. 21. J., Seow. Fire Fighting Foams with Perfluorochemicals - Environmental Review. Department of Environment and Conservation Western Australia. 2013. 39 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 22. OVAM. Onderzoeksprotocol verkennend bodemonderzoek naar PFAS verontreiniging door fluorhoudend blusschuim en t.h.v. PFAS-verdachte risicolocaties. sl : OVAM, 2021. 23. Derksen Anja, Baltussen Joop. PFAS in influent, effluent en zuiveringsslib. stowa. sl : Stichting toegepast Onderzoek Waterbeheer, 2021. 46. 24. ILT. afvalstoffen van Chemours. 2018. 25. Aanwezigheid van PFAS in Nederland, Deelrapport B - Onderzoek van PFAS op potentile risicolocaties. Pancras, T., van Bentum, E., & Slenders, H. sl : Expertisecentrum PFAS, 2018. 26. Jans, A., & Berbee, R. Bronnen van PFAS voor het Nederlandse oppervlaktewater. 2020. 27. EFSA. PFAS in food: EFSA assesses risks and sets tolerable intake. https://www.efsa.europa.eu/en/news/pfasfood-efsa-assesses-risks-and-sets-tolerable-intake. [Online] 2020. [Citaat van: ] 28. EPA. Fact Sheet: Human Health Toxicity Assesment for GenX Chemicals. 2021. 29. ITRC. PFAS Fact Sheets. https://pfas-1.itrcweb.org/fact-sheets/. [Online] 2021. [Citaat van: ] 30. OVAM. Toetingswaarden voor PFOS en PFOA in bodem en grondwater. 2021. 31. --. afleiden van streefwaarden voor perfluorverbindingen en enkele andere "emerging contamintants". deel 2: afleiden streefwaarden voor perfluorverbindingen. 2021. 32. polluant non Norms - PNN. retours d'experience et points d'attention. SPW Agriculture, Ressources naturelles et Environnement. 2021. 33. LE PFAS DEVIENDRA-T-IL LE NOUVEL AMIANTE. FEDEXSOL. 2021. 34. Walterre. Communication sur les PFAS. https://walterre.be/newsletter-pfas/. [Online] 2021. [Citaat van: ] 35. RIVM. Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. https://www.rivm.nl/pfas/indicatieve-niveaus-voor-ernstige-verontreiniging-pfos-pfoa-en-genx-in-grond-en-grondwater. [Online] 2020. 36. --. Risicogrenzen ten behoeve van de vaststelling van interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX. 2021. 37. --. Achtergrondwaarden en risicogrenzen ten behoeve van onderbouwing Maximale Waarden PFAS voor toepassen van grond en baggerspecie. 2021. 38. --. Notitie implementatie van de EFSA som-TWI PFAS. 2021. 39. Risk Assessment of Per- and Polyfluoroalkyl Substance Mixtures: A Relative Potency Factor Approach. Bil, W., M. Zeilmaker, S. Fragki, J. Lijzen, E. Verbruggen and B. Bokkers. 2021, Environmental Toxicology and Chemistry, Vol. 40, pp. 859-870. 40. Pancras Tessa, Slenders Hans, Vredenborg Laura. PFAS in products and waste streams in the Netherlands. sl : Arcadis, 2021. 41. Hekster, F., de Voogt, P., Pijnenburg, A., & Laane, A. Perfluoroalkylated substances - Aquatic environmental assessment. 2002. 40 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 Bijlage 1: risicoactiviteiten volgens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3/09/2020 tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 december 2009 tot vaststelling van de lijst van risicovolle activiteiten, zoals gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 2015 41 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Bijlage 2: andere activiteiten 42 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 Bijlage 3: overzichtslijst normen PFAS 43 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Bijlage 4: overzichtslijst normen ITRC 44 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 Colofon DEELRAPPORT 1 - PFAS AUTEUR Dorien Gorteman PROJECTNUMMER 30104185 ONZE REFERENTIE 30104185 DATUM 9 november 2021 45 Onze referentie: 30104185 - Datum: 1 april 2022 Over Arcadis Arcadis is een toonaangevend wereldwijd ontwerp- en consultancybureau voor de natuurlijke en gebouwde omgeving. Wij maken het verschil voor onze klanten en de maatschappij met doeltreffende, duurzame en digitale oplossingen. Met 27.000 mensen in meer dan 70 landen genereerden we in 2020 een omzet van 3,3 miljard. Wij ondersteunen UN-Habitat met kennis en expertise om leefomstandigheden te verbeteren in gebieden getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering. www.arcadis.com Arcadis Belgium nv Gaston Crommenlaan 8 bus 101 9050 Gent Belgi T 02 505 75 00 Arcadis. Improving quality of life Volg ons op arcadis-belgi-belgique 46 Onze referentie: 30104185 - Datum: 27 april 2022 ArcadisBelgie arcadisbelgium arcadisbelgium