Document 06QB5o8XwBL9k7ygo0KKGeX8k
Arbeidsomstandighedenbesluit Geraadpleegd op 21-09-2023. Geldend van 01-07-2023 t/m heden
2b. Voor de gezondheid schadelijke atmosferen
Artikel 3.5g. Gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie
1. Indien kan worden vermoed dat de atmosfeer op een plaats of in een ruimte in zodanige mate stoffen bevat dat daardoor gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie, mag de werknemer zich alleen bevinden op die plaats of in die ruimte indien uit onderzoek blijkt dat het gevaar niet aanwezig is.
2. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie aanwezig is, worden doeltreffende maatregelen genomen, zodat de werknemer zich zonder gevaren op die plaats of in die ruimte, bedoeld in het eerste lid, kan bevinden.
3. Er is in ieder geval sprake van:
a. gevaar voor verstikking indien de atmosfeer minder dan 18 volumeprocent zuurstof bevat; b. gevaar voor bedwelming of vergiftiging indien de concentratie van de betreffende stoffen in de
atmosfeer hoger is dan de grenswaarden, bedoeld in artikel 4.3; c. gevaar voor brand of explosie indien in de atmosfeer de concentratie van zuurstof hoger is dan
21 volumeprocent of de concentratie van brandbare gassen of dampen hoger is dan 10 volumeprocent van de onderste explosiegrens.
4. Indien het niet mogelijk is om de maatregelen, bedoeld in het tweede lid, te nemen en het noodzakelijk is om zich in de gevaarlijke atmosfeer, bedoeld in het eerste lid, te begeven, dan wordt de werknemer permanent geobserveerd en worden doeltreffende maatregelen genomen om deze werknemer:
a. te beschermen tegen het gevaar, bedoeld in het tweede lid; b. bij direct gevaar onmiddellijk op doeltreffende wijze hulp te bieden.
Artikel 3.5h. Veiligheid aan, op of in tankschepen
1. Artikel 3.5g is niet van toepassing op bij ministerile regeling aangewezen categorien tankschepen voor wat betreft de volgende werkzaamheden:
a. het schoonmaken; b. het onderhouden, herstellen of verbouwen; of c. het geheel of gedeeltelijk slopen, waarbij gevaar bestaat voor brand, explosie, vergiftiging,
verstikking of bedwelming.
2. De in het eerste lid bedoelde werkzaamheden worden op veilige wijze verricht door of onder toezicht van een persoon die beschikt over voldoende deskundigheid.
3. Bij ministerile regeling worden werkzaamheden aangewezen, die uitsluitend worden verricht, indien een gasdeskundige vooraf de gevaren voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers heeft beoordeeld en een verklaring heeft afgegeven die voldoet aan een bij ministerile regeling vast te stellen model.
4. Een gasdeskundige als bedoeld in het derde lid is in het bezit van een certificaat van vakbekwaamheid gasdeskundige, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.
5. Het certificaat van vakbekwaamheid gasdeskundige of een afschrift daarvan is op de arbeidsplaats aanwezig en wordt desgevraagd getoond aan de toezichthouder.
6. Ten aanzien van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, worden bij ministerile regeling nadere regels gesteld.